Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
Montagehandleiding
Montagehandleiding
Inhoud
Vóór het inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Symbolen die in deze inbouwhandleiding worden gebruikt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 Installatievoorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Aansluitschema van het navigatiesysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 Inbouwen van GPS-antenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 Aansluiting van een GSM-antenne. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Inbouw van de microfoon. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 Aansluiting van het achteruitrijlampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 Snelheidssignaal (GAL) van snelheidsmeter/tellerkabel aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 Inbouw/uitbouw van de Mexico . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 Eerste inbedrijfstelling en kalibreren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40 Servicemodus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43 Aansluitingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Vóór het inbouwen
Lees deze inbouwhandleiding vóór het inbouwen zorgvuldig door. Neem met name de desbetreffende veiligheids- en installatievoorschriften in acht.
Symbolen die in deze inbouwhandleiding worden gebruikt
G
geven aanwijzingen weer die belangrijk zijn voor uw veiligheid en de veiligheid van andere personen. geeft tips die voor het inbouwen en de werking van het toestel belangrijk zijn.
25
Montagehandleiding
Veiligheidsvoorschriften
G G G G
Ondeskundige montage Ondeskundige montage kan schade aan het toestel of aan de auto tot gevolg hebben! Voor het inbouwen van het apparaat en de componenten ervan zijn speciale kennis en vaardigheden vereist. Het wordt dringend aanbevolen het inbouwen door een gespecialiseerde werkplaats te laten uitvoeren. Kans op letsel Door de componenten op niet daarvoor geschikte plekken in te bouwen ontstaat er kans op letsel bij een verkeersongeval of worden veiligheidsvoorzieningen buiten werking gesteld. Neem de aanwijzingen van de autofabrikant in acht. Beschadiging van de airbag Door de componenten niet op de juiste plek in te bouwen kan de airbag worden beschadigd of de werking ervan worden beïnvloed. Plaats de componenten buiten het werkingsgebied van de airbag. Kans op letsel door onvoldoende bevestiging Bevestig de componenten zo dat deze bij een botsing of een plotselinge remmanoeuvre niet los kunnen raken.
26
Montagehandleiding
Installatievoorschriften
Schade door ompolen of kortsluitingOnjuist aangesloten kabels of kortsluiting kunnen ernstige schade aan het toestel veroorzaken. Tijdens de montage moet de accu van uw auto losgekoppeld zijn. Leg om kortsluiting en storingen te voorkomen de leidingen zodanig, dat deze niet kunnen worden ingeklemd, verbogen, geschuurd of afgescheurd. Parkeer uw auto voor de montage gelijkvloers en op een veilige plaats en verwijder de contactsleutel. Let om storingen te voorkomen bij toepassing van Y-verbindingen/kabelbinders vooral op de diameters van de kabels. Voorzie afgeknipte kabels van afdoende isolatie om kortsluiting en eventueel brandgevaar als gevolg daarvan te voorkomen.
27
Montagehandleiding
Aansluitschema van het navigatiesysteem
Radio-antenne Signaal van kilometerteller / kilometertellerkabel GPS-antenne Soundsystem / luidsprekers GSM-antenne Navigatietoestel
Microfoon Achteruitrijsignaal Voeding
De aansluitingen zijn gedetailleerd op Pagina 47 beschreven. De aansluiting voor een GSM-antenne is alleen bij toestellen met een ingebouwde telefoon aanwezig. De voeding moet apart met geschikte zekeringen afgezekerd zijn.
28
Montagehandleiding
Inbouwen van GPS-antenne
G
Kans op letsel Personen met pacemakers mogen de magneetantenne niet te dicht aan zich brengen of aan hun lichaam dragen, omdat dit kan leiden tot storingen van de pacemaker. Houd de magneetantenne uit de buurt van gegevensdragers (diskettes, betaalpasjes, magneetkaarten, etc.), elektronische en fijnmechanische apparaten, om te voorkomen dat gegevens worden gewist. Gebruik de antenne niet in gebieden waar explosiegevaar heerst. De antenne moet zodanig worden bevestigd, dat deze bij een botsing of een plotselinge remmanoeuvre niet los kan raken.
Mogelijke inbouwplaatsen
· Buiten de auto a. Breng de antenne niet op een bolvormig oppervlak aan. Plaats de antenne op een vooraf gereinigd staaloppervlak. b. Antennekabel vervolgens in het interieur van de auto doorvoeren.
G
Kans op letsel De maximale rijsnelheid bij een magnetische bevestiging van de antenne bedraagt 180 km/uur. Bij een hogere snelheid moet de antenne worden verwijderd of speciaal worden bevestigd. De antenne is niet geschikt voor autowasinstallaties.
29
Montagehandleiding
· In het interieur van de auto De GPS-antenne is niet geschikt voor het inbouwen in auto's met zonwerende ruiten (vacuümmetallisering of metaal-folie, herkenbaar aan de markering op de ruit SIGLA SOL, SIGLA CHROM, SIGLA, KOOL-OF, SUNGATE, enz.) auto's met fijnmazige verwarmingsdraden in de ruiten. Aanwijzingen m.b.t. de inbouwplaats De inbouwplaats moet zodanig worden gekozen, dat de antenne vrij zit en niet door de ruitenwissers wordt bedekt. Zorg ervoor dat de ontvangst van de antenne niet door de motorkap, ruitsponning en het dak kan worden gestoord. Het verdekt inbouwen onder de console van de auto is niet toegestaan. Montage aan de zijruiten van het voertuig is niet toegestaan. De antennekabel mag niet parallel aan andere kabels in de auto lopen. De antennekabel moet zo kort mogelijk van het navigatiesysteem naar de antenne lopen. Het overtollige stuk kabel moet direct onder de antenne worden bevestigd.
30
Montagehandleiding
a. Bevestig de antenne met magneten op de basisplaat (1). b. Verwijder de beschermfolie van de klittenband (2) aan de bovenkant en plak deze in het midden op de onderkant van de basisplaat . c. Verwijder de beschermfolie van de klittenband (2) aan de onderkant en plak de antenne met de basisplaat op de console van de auto onderaan de voorruit op de inbouwplaats.
Aansluiting van een GSM-antenne
De aansluiting van een GSM-antenne is alleen bij toestellen met een ingebouwde telefoonmodule noodzakelijk of mogelijk. Om dat in veel auto's al een GSM-telefoonantenne geïnstalleerd is, is er bij het toestel een adapter (toestelaansluiting op een FMEstekker) meegeleverd. Sluit de adapterkabel op de desbetreffende bus aan de achterkant van het toestel aan. U kunt nu een standaard verkrijgbare telefoonantenne of een reeds in de auto gemonteerde antenne op de adapterkabel aansluiten. Als de aansluitingen niet passen, moet u een andere, juiste adapter gebruiken. 31
Montagehandleiding
Inbouw van de microfoon
De microfoon moet in de auto zodanig worden geplaatst, dat de stem van de spreker optimaal kan worden herkend. Zie voor de mogelijke posities in de auto in de volgende tekening. De inbouwplaats moet zo ver mogelijk van de luidsprekers vandaan en zo dicht mogelijk bij de spreker liggen. Als storingen optreden, moeten verschillende posities worden uitgeprobeerd. Om zo weinig mogelijk storende geluiden op te nemen, heeft de microfoon een smal opnamebereik en moet daarom in de richting van de bestuurder worden geplaatst. A: B: C: D: E: F: optimaal geschikte inbouwplaats alternatief geschikte inbouwplaats communicatievoorziening op de microfoon plakstrook ter bevestiging op gladde oppervlakken bout voor het bevestigen van de montageplaat montageplaat ter bevestiging op ruwe of oneffen oppervlakken
De handsfree-microfoon kan bij een vlak en glad oppervlak met behulp van de plakstrook D worden bevestigd (oppervlakken reinigen).
32
Montagehandleiding
Als de microfoon op een ruw of oneffen oppervlak wordt bevestigd, moet eerst de montageplaat F met behulp van de bout E worden bevestigd (boutlengte in acht nemen wegens kans op beschadigingen). Plak vervolgens de microfoon met de plakstrook D op de montageplaat F . De handsfree-microfoon wordt op poort C van de Mexico aangesloten. Leg om kortsluiting en storingen te voorkomen de leidingen zodanig, dat deze niet kunnen worden ingeklemd, verbogen, geschuurd of afgescheurd.
33
Montagehandleiding
Aansluiting van de microfoon op de Mexico
a. Aansluiting zonder cd-wisselaar of zonder Remote-Kit voor een iPodTM Voor de aansluiting van de handsfree-microfoon op een toestel zonder cd- wisselaar of zonder een Remote-Kit voor een iPodTM moet de meegeleverde blauwe bus overeenkomstig de onderstaande beschrijving worden aangesloten. Verwijder voor het aansluiten beschermkap A van beide contacten. b. Aansluiting bij aanwezige cd-wisselaar of een Remote-Kit voor een iPodTM Voor de aansluiting van de handsfree-microfoon op een toestel met cd- wisselaar of met een Remote-Kit voor een iPodTM moet de blauwe bus van de aanwezige kabel overeenkomstig de onderstaande beschrijving met de 2 leidingen worden aangesloten. Verwijder voor het aansluiten beschermkap A van beide contacten. Voorzichtig! Als de contacten in de blauwe stekkerbehuizing zijn geschoven, kunnen ze alleen nog met een speciaal gereedschap worden losgemaakt. Bezetting van de blauwe stekkerbehuizing Poort C
A
Kamer C3 13
Pin 13 14
Kleur rood zwart
Functie LF massa
14
34
Montagehandleiding
Aansluiting van het achteruitrijlampje
De aansluitpunten voor het achteruitrijsignaal zijn per auto verschillend. Informeer bij twijfel bij uw autofabrikant of bij een erkende werkplaats.
Bij een toegankelijke schakelaar op de transmissie of schakelstangen
· Verbind een aparte kabel met de geschakelde voeding. Kabel met kamer A pin 2 verbinden. Laag - geluidsniveau = massa, hoog - geluidsniveau 12 V - 16 V A
Bij een niet toegankelijke schakelaar
· Controleert u welke kabel naar de achteruitrijlichten is gelegd. Verwijder hiertoe evt. de binnenste afdekking van de achteruitrijlichten. Koppel een aparte kabel aan de geschakelde kabel van de achteruitrijlichten en verbind deze met kamer A, pin 2. Achteruitrijsignaal
35
Montagehandleiding
Snelheidssignaal (GAL) van snelheidsmeter/tellerkabel aansluiten
G
Kans op letsel Onjuist aangesloten leidingen kunnen de werking van onderdelen van de auto of veiligheidsvoorzieningen beïnvloeden of teniet doen. Informeer bij twijfel bij uw autofabrikant of bij een erkende werkplaats.
Elektronische snelheidsmeter
· Signaalkabel van de kilometerteller verwijderen, verlengen en met kamer A pin 1 verbinden. De kabel van het GAL-signaal ligt naargelang de uitvoering van de auto in de ISO-stekker van de autoradio. De bezetting van de DIN / ISO-stekkers kan afhankelijk van het type auto verschillen. · Minimale vereisten voor het signaal: 0 Hz - 4 kHz / rechthoeksignaal (geen inductieve sensor) Laag geluidsniveau < 1,5 V, hoog geluidsniveau 5 V - 16 V Als u niet precies weet waar de inbouwplaats/ligging van de snelheidssensor is, kunt u dit bij de fabrikant navragen. GAL-signaal
A
36
Montagehandleiding
Mechanische kilometerteller met ingebouwde snelheidssensor in kilometertellerkabel
· · Signaalkabel van de kilometerteller verwijderen, verlengen en met kamer A, pin 1 verbinden. Minimale vereisten voor het signaal: 0 Hz - 4 kHz / rechthoeksignaal (geen inductieve sensor) Laag geluidsniveau < 1,5 V, hoog geluidsniveau 5 V - 16 V A Als u niet precies weet waar de inbouwplaats/ligging van de snelheidssensor is, kunt u dit bij de fabrikant navragen. GAL-signaal
Mechanische kilometerteller zonder snelheidssensor in de kilometertellerkabel
Er moet een snelheidssensor in de kilometertellerkabel worden ingebouwd die een snelheidsafhankelijk digitaal signaal geeft. Hiertoe kan de VDO-adapter 2152.30300000 of een specifieke adapter voor auto's die aan de minimale eisen voldoet, worden gebruikt. De VDO-snelheidssensor is geschikt voor een directe montage op de transmissie (verdere inbouwonderdelen zijn niet nodig) of in de kilometertellerkabel (in combinatie met verdere universele inbouwonderdelen). Door het losmaken van de verzegelde kilometertellerkabel, vervalt de aanspraak op een correcte kilometerstand. Een ondeskundige montage leidt tot storingen van het navigatiesysteem of de kilometerteller.
37
Montageh ...