|
Heb je hulp nodig met behulp van een product?
Waar is mijn gebruiksaanwijzing?
Gebruiksaanwijzingen per categorie
|
|
|
|
Gebruiksaanwijzing AEG-ELECTROLUX 1000HG
Diplodocs laat toe de gebruiksaanwijzing AEG-ELECTROLUX 1000HG te teleladen.
U mag de volgende handleidingen teleladen die in verband staan met dit product : Dit product, hoewel gerangschikt onder het merk AEG-ELECTROLUX, heeft kunnen worden gemaakt door ACEC, AEG, ALFATEC, ARCTIS, ARTHUR MARTIN, ASPES, ATLAS, BENDIX, BERNARD LOISIRS, BORETTI, BUDERUS, CASTOR, CORBERO, CROWN, DITO, DOMOLINE, EDESA, ELECTROLUX, ELECTROLUX LAUNDRY SYSTEMS, ELEKTRA, ELEKTRO HELIOS, EUREKA, EUROMAC, EXCELSIOR, FLYMO, FRESHWATER, FRIGIDAIRE, GIBSON, HUSQVARNA, IBELSA, JONSERED, JUNO, KELVINATOR, KING, LAWNCHIEF, LEHEL, LISTO, LUX, LUXECO, MARIJNEN, MCCULLOCH, MENALUX, MOFFAT, NAOMIS, NESTOR MARTIN, NEW POL, NORDTON, NORLETT, ONYX, PARTNER, PHILCO, POULAN PRO, PROGRESS, PROLINE, PROMETHEUS, RALLY, REX, ROSENLEW, SAMUS, SENKING, SIMPSON, SOG-SOGELUX, TAPPAN, THERMA, TORNADO, TRICITY BENDIX, VESTEL, VOLTA, VORTICE, VOSS, WESTINGHOUSE, WYSS, YARD PRO, ZANKER, ZANUSSI, ZOPPAS naar aanleiding van de fusies, aanwervingen, of een verandering van de naam van zijn fabrikant.
Handleiding samenvatting: gebruikershandleiding AEG-ELECTROLUX 1000HG
Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding. FORLI'
Italy
ALGEMENE INHOUDSOPGAVE GB I D NL F SP ................................................ Pag. 1÷9
................................................ Pag. 10÷18 ................................................ Pag. 19÷27 ................................................ Pag. 28÷36 ................................................ Pag. 37÷45 ................................................ Pag. 46÷54
INHOUDSOPGAVE Omschrijving Pagina 1.0 Identificatie ....................................................... 29 1.1 Producent ........................................................ 29 1.2 Definities .......................................................... 29 1.3 Vervoer - verplaatsing - opslag ......................... 29 1.3.1 Opslagomstandigheden ................................... 29 1.3.2 Gewicht ........................................................... 29 1.3.3 Afmetingen ...................................................... 29 1.3.4 Verplaatsing ..................................................... 29 2.0 Installatie ...................................................... 29 2.1 Bevoegd personeel .......................................... 29 2.2 Montage van de generator ............................... 30 2.3 Elektrische aansluitingen .................................. 30 2.3.1 Aansluiting van de acculader ............................ 30 2.3.2 Aansluiting van de startaccu ............................ 30 2.3.3 Aansluiting afstandbedieningspaneel ................ 30 2.4 Installeren van de benzinetank Aansluiting aan de gasfles ................................ 31 3.0 Algemene bediening ................................... 31 3.1 Beschrijving van de generator en zijn werking .. 31 3.2 Veiligheidsadvies .............................................. 31 3.3 Geluidsniveaus ................................................. 31 4.0 Gebruiksinstructies .................................... 32 4.1 Starten van de generator ................................. 32 4.2 De generator stoppen ...................................... 32 4.3 Onvermijdbare risico's ...................................... 32 4.4 Onjuist gebruik ................................................. 32 4.5 Praktische aanwijzingen ................................... 32 4.6 Foutopsporing ................................................. 32 5.0 Onderhoud .................................................... 33 5.1 Aard en frequentie controles ............................ 33 5.2 Onderhoudswerkzaamheden waar geen gekwalificeerd personeel bij nodig is ................ 33 5.3 Onderhoudswerkzaamheden waar gekwalificeerd personeel bij nodig is ................ 34 5.3.1 Olie verversen .................................................. 34 5.3.2 Onderhoud luchtfilter ........................................ 34 5.3.3 Onderhoud bougie ........................................... 34 5.3.4 Spanningsregeling ........................................... 35 6.0 Stilstand en demontage ............................. 35 6.1 Demontage ...................................................... 35 7.0 Wat te doen bij brand ................................. 35 8.0 Technisch gegevensblad ........................... 36 8.1 Technische specificaties .................................. 36 8.2 Stroomschema's ....................................... 55÷71
© WTA srl -1998
Alle rechten voorbehouden Gedrukt in Italië Teksten en grafieken door: VEGA - Forlì Niets uit deze uitgave mag in enige vorm of op enige wijze worden gereproduceerd, gekopieerd of verspreid, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van WTA srl. Figuren, omschrijvingen, verwijzingen en technische gegevens in deze handleiding worden slechts als voorbeeld gebruikt en zijn niet bindend. Aangezien WTA een beleid voert waarbij producten en veiligheid voortdurend worden verbeterd, behouden wij het recht voor op ieder moment, zonder mededeling vooraf, wijzigingen aan te brengen.
28
FORLI'
Italy
1.0
IDENTIFICATIE
1.3.3 AFMETINGEN
Zie fig. 2, 3, 4: Model 1000 A
INSTALLATIE TYPE A
Het -identificatieplaatje van de machine is aan de buitenzijde van de platen behuizing (zie fig. 1) bevestigd.
1.1
PRODUCENT
mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm B C D E F G H
2500 530 605 640 385 290 295 30 360 87 96 222 28 605 30 295 650 430 305
3000 570 650 680 385 290 295 30 360 113 97 230 25 650 30 295 690 435 305
4000 660 740 770 475 355 310 62 -78 265 130 17 740 62 310 780 540 380
5500 700 -770 520 510 -------735 55 370 780 530 530
WTA srl Via Virgilio, 3 47100 FORLI' - ITALIË P. IVA 00718330400
470 535 565 320 315 260 27 -65 65 225 36 535 27 260 590 385 335
1.2
DEFINITIES
In deze handleiding worden drie soorten ,,veiligheidsafbeeldingen" gebruikt om verschillende gevarenniveaus of andere belangrijke informatie aan te duiden.
GEVAAR
INSTALLATIE TYPE B DIM. OPENING
I L M N O P Q X Y Z
Vestigt uw aandacht op potentieel gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.
PAS OP
Vestigt uw aandacht op potentieel gevaarlijke situaties die persoonlijk letsel of materiële schade kunnen veroorzaken.
LET OP
Vestigt uw aandacht op situaties die storingen of schade aan de machine kunnen veroorzaken.
luchtaanzuiggebied cm2 220 220 220 260 --
1.3.4 VERPLAATSING 1.3 VERVOER - VERPLAATSING - OPSLAG
De verpakte generator kan met normale hef- en transportmiddelen worden verplaatst. Kisten zijn uitgerust met afstandsstukken voor het gebruik van handmatige vorkhefwerktuigen.
1.3.1 OPSLAGOMSTANDIGHEDEN
De generator wordt door middel van geschikte verpakking bestaande uit karton, polystyreen en een versterkte houten bodem beschermd tegen plotselinge schokken. De generator dient horizontaal te worden opgeslagen in een droge en goed geventileerde ruimte.
GEVAAR
Neem de voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van ongelukken en de veiligheidsvoorschriften nauwkeurig in acht tijdens het heffen en vervoeren en maak altijd gebruik van machines met een hoger maximaal vermogen dan de lading die moet worden opgetild.
1.3.2 GEWICHT
Brutogewicht (inclusief verpakking): Mod. 1000 .......................................... Kg Mod. 2500 .......................................... Kg Mod. 3000 .......................................... Kg 50 62 71
2.0 2.1
INSTALLATIE BEVOEGD PERSONEEL
Mod. 4000 .......................................... Kg 114 Mod. 5500 .......................................... Kg 140
De generator mag alleen door bevoegd personeel op het voertuig (caravan, camper of bijzonder voertuig) worden geïnstalleerd en wel door vakbekwame monteurs of werkplaatsen die direct door W.T.A. zijn geautoriseerd.
29
FORLI'
Italy
Wanneer de installatie door onbevoegde monteurs of werkplaatsen is uitgevoerd wijst W.T.A. elke verantwoordelijkheid voor de veiligheid en efficiënte werking van de generator volgens machinerichtlijn 89/392/EEG van de hand.
GEVAAR
De aanwijzingen in paragraaf 2.2 - 2.3 - 2.4 zijn alleen bestemd voor gekwalificeerde monteurs.
uitlaatgaten en luchtinlaten in de vloer en deur. Maak bovendien gebruik van een als accessoire geleverde uitlaatverbindingsstuk (fig. 4) dat direct op de generatorbehuizing wordt bevestigd met schroeven of klinken. Om te voorkomen dat het uitlaatgas hercirculeert binnen het compartiment dient er een vuurvaste afdichting rondom het uitlaatverbindingsstuk te worden aangebracht.
2.3
ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN
2.2
MONTAGE VAN DE GENERATOR
De generatormodellen 1000 - 2500 - 3000 - 4000 zijn uitgerust met bevestigingsbeugels, trillingsdempers en een benzinefilter die aan de brandstofvoedingsleiding naar de generator dient te worden bevestigd. Met de bevestigingsbeugels kan de generator zowel hangend (montagetype ,,A", zie fig. 3) als op traditionele wijze worden gemonteerd (montagetype ,,B", zie fig. 4). Dit is mogelijk door het draagvermogen van de buitenconstructie. Model 5500 is uitgerust met beugels ter bevestiging van de buitenafdichting, beugels voor de verankering van de eenheid, trillingsdempers, een geluiddemper (nr. 29 fig. 16) die aan de uitlaatleiding die wordt geleverd als accessoire AG 125 (nr. 34 fig. 16) moet worden aangebracht en een benzinefilter die standaard binnen de behuizing wordt geïnstalleerd (nr. 33 fig. 15). Met de beugels (nr. 31 fig. 16) waarmee de afdichting (nr. 35 fig. 16) kan worden bevestigd is het mogelijk de generator volledig - inclusief afdichting binnen de bestemde ruimte te monteren en de zijkant van het voertuig perfect af te dichten. De uitlaatslang kan naar wens worden gelegd, zoals te zien in fig. 16, door de kromming binnen het apparaat naar boven of naar onder te draaien. Door de kromming te verwijderen is het ook mogelijk de uitlaatleiding direct door de behuizing aan de linkerzijde aan te brengen. De bestemde installatieplaats moet zowel het gewicht van de generator als de trillingen als gevolg van de bewegingen van het voertuig kunnen verdragen (,,TYPE B"-montage). Montagetype ,,A" (hangende installatie) biedt de volgende voordelen: kleinere afmetingen, snelle installatie, eenvoudige toegang voor normale en bijzondere onderhoudswerkzaamheden. Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is rondom de behuizing van de generator, zodat de lucht er goed langs kan stromen (afkoeling). Het is ook noodzakelijk een afstand van ten minste 20 mm te behouden tussen de behuizing en de omliggende onderdelen. Wanneer de behuizing achter een wiel van het voertuig wordt gemonteerd dient u er voor te zorgen dat tijdens het rijden op natte wegen de band geen water in de generator kan spatten. Voor montagetype ,,A" moet u de meegeleverde metalen steunen gebruiken om ervoor te zorgen dat de generatorgroep goed vast zit. Wanneer de voorkeur wordt gegeven aan montagetype ,,B" (traditionele installatie), moet er eerst voor een waterdicht compartiment (fig. 2) gezorgd worden - tegen het voertuiginterieur en met de afmetingen die zijn gegeven in paragraaf 1.3.3 - met geboorde
30
Maak voor 230V gebruik van een standaard kabel met een doorsnede die overeenstemt met de onderstaande tabel 1. Steek hem binnen de behuizing via de draaddoorgang (nr. 30 fig. 7 en 9) en verbind hem met de aansluitklemmen (nr. 17/18 fig. 6 en 14) Verbind de aarddraad met nr. 15. De elektrische stroomkring moet over een relais of een wisselschakelaar beschikken (b.v. accessoire AG 102/ AG113) om te voorkomen dat de generator wordt beschadigd wanneer de camper aan een externe netvoeding wordt aangesloten (er wordt automatisch prioriteit gegeven aan het stroomnet). Mod. 1000 2500 3000 4000 5500 Doo. mm2 Doo. mm2 230 V 12 V 1,5 6 2,5 2,5 2,5 2,5 4 2,5 4 2,5 6m 10 10 10 10 16 >6m 16 16 16 16 25
Stroomsnoeren Acculader Accu-aansluiting TAB. 1
2.3.1 AANSLUITING VAN DE ACCULADER
Maak gebruik van een draad met een minimale doorsnede die overeenstemt met de bovenstaande tabel 1 om de aansluitklem (nr. 16 fig. 6 en 14) te verbinden met de pluspool van de op te laden accu. Voeg de spanningsregelaar AG111 of eventueel een schakelaar toe om het opladen af te kunnen breken. (Zie aansluitschema's, pagina 55 - 71).
2.3.2 AANSLUITING VAN DE STARTACCU
Om de generator te starten moet u een vuurvaste, beklede snoer met een doorsnede die overeenstemt met de bovenstaande tabel 1 verbinden met de pluspool van de startaccu van het voertuig en met de aansluitklem (nr. 12 fig. 6 en 14). De aarddraad moet dezelfde doorsnede hebben en vanaf nr. 13 verbonden zijn met het frame van het voertuig. Zorg ervoor dat de verbinding schoon en roestvrij is (m.a.w. schuur het oppervlak als het geverfd is) en bescherm deze met vet.
2.3.3 AANSLUITING AFSTANDBEDIENINGSPANEEL
Plaats het bedieningspaneel op de gewenste positie binnen het voertuig en maak gebruik van de afzonderlijk geteste verlengingskabel AG103 om hem via de connector (nr. 14 fig. 6 en 14) met de generatorgroep te verbinden.
FORLI'
Italy
2.4
INSTALLEREN VAN DE BENZINETANK
3.2
VEILIGHEIDSADVIES
Monteer de benzinetank zo dicht mogelijk bij de generator en (indien mogelijk) op dezelfde hoogte, of maximaal 30 cm daar onder. Behalve dat u de lengte van de benzineleiding zo klein mogelijk moet houden moet u er ook voor zorgen dat de slang niet is verbogen of platgedrukt. Plaats de tank niet bij warmtebronnen en zorg ervoor dat er geen water kan binnendringen. Monteer alle aansluitingen met LOCTITE 577 om lekkage van benzine te voorkomen. Maak gebruik van een met rubber beklede slang van 6x13mm (van hetzelfde type als gebruikt voor de generatorgroep) die geschikt is voor loodvrije benzine. Voor de verlenging dient men de meegeleverde klemmen en het filter te gebruiken. Het is aan te raden benzineslang AG118 (accessoire) te gebruiken voor de verbinding van de tank naar de tankmond.
De eenheid zit in een perfect afgesloten behuizing. Hierdoor is het niet mogelijk dat hete of bewegende onderdelen of spanningsleidingen worden aangeraakt. De deur van de eenheid is uitgerust met een slot en de sleutel mag niet binnen het bereik van kinderen of onbevoegd personeel worden achtergelaten ...
|