Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
Onderhouds- en gebruiksaanwijzingen
DUCATI SUPERBIKE
848
Onderhouds- en gebruiksaanwijzingen
NL
848
1
NL
2
Welkom bij de club van de Ducati-liefhebbers, u hebt een bijzonder goede keuze gemaakt. Wij denken dat u deze nieuwe Ducati niet alleen als dagelijks vervoermiddel zal gebruiken, maar ook voor lange reizen. Ducati Motor Holding S.p.A. wenst u dan ook veel rijplezier toe. Omdat wij ons constant inspannen voor een steeds betere service, raadt Ducati Motor Holding S.p.A. u aan deze eenvoudige voorschriften zorgvuldig na te leven, met name de voorschriften voor het inrijden van de motorfiets. Alleen op die manier kunt u zeker altijd van uw Ducati genieten. Neem voor reparaties en advies contact op met een van onze erkende servicecentra. We hebben bovendien een informatiedesk in het leven geroepen voor Ducati-liefhebbers en fans, zodat ze de beschikking hebben over suggesties en handige tips.
Opmerkingen
Ducati Motor Holding S.p.A. kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele fouten die zijn gemaakt tijdens het samenstellen van deze gebruiks- en onderhoudshandleiding. Alle informatie in deze handleiding is bijgewerkt tot op de publicatiedatum. Ducati Motor Holding S.p.A. behoudt zich het recht voor alle wijzigingen aan te brengen die de technische evolutie van haar producten noodzakelijk maakt. Gebruik met het oog op de veiligheid, garantie, betrouwbaarheid en waarde van uw Ducati motorfiets alleen originele onderdelen van Ducati.
NL
Opgelet
Deze handleiding maakt integraal deel uit van de motorfiets en dient aan de nieuwe bezitter te worden overhandigd als de motor wordt verkocht.
Veel rijplezier!
3
Inhoud
Draaibare gasknop 46 Bedieningshendel van voorrem 47 Bedieningpedaal voor achterrem 48 Versnellingspedaal 48 De stand van het versnellingspedaal en het achterrempedaal afstellen 49
NL Aanwijzingen van algemene aard 6
Garantie 6 Symbolen 6 Nuttige informatie voor veilig reizen 7 Rijden met volle bepakking 8 Identificatiegegevens van de motorfiets 9
Belangrijkste elementen en mechanismen 51
Plaats op de motorfiets 51 Dop brandstoftank 52 Zadelslot 53 Zijstandaard 54 Regelknoppen op de voorvork 55 Regelknoppen schokdemper achter 57
Bedieningsorganen 10
Plaats van bedieningsorganen voor het besturen van de motorfiets 10 Bedieningspaneel 11 LCD Â Belangrijkste functies 13 LCD Â Parameters programmeren/weergeven 15 Antidiefstalsysteem 38 Code card 39 Deblokkeringsprocedure antidiefstalsysteem 40 De sleutels laten bijmaken 42 Startschakelaar en stuurvergrendeling 43 Linker stuurschakelaar 44 De koppelingshendel 45 Rechter stuurschakelaar 46
Gebruiksvoorschriften 59
Voorzorgsmaatregelen tijdens de inrijperiode van de motorfiets 59 Controles vóór het starten 61 Starten van de motor 62 De motorfiets starten en ermee rijden 64 Afremmen 64 De motorfiets stilzetten 65 Parkeren 65 Brandstof tanken 66 Meegeleverde accessoires 67
4
Belangrijkste gebruiks- en onderhoudswerkzaamheden 68
Delen van het frame demonteren 68 Koelvloeistofpeil controleren en zonodig bijvullen 72 Het peil van rem- en koppelingvloeistof controleren 73 Slijtage van remblokjes controleren 75 De scharnierpunten smeren 76 Afstellen onbelaste slaglengte gashendel 77 Opladen van de accu 78 De spanning van de drijfketting controleren 79 De drijfketting smeren 79 De lampjes van groot licht en dimlicht vervangen 80 De lampjes van het parkeerlicht vervangen 82 Richtingaanwijzers achter 83 Verlichting kentekenplaat 83 Afstellen van koplamp 84 Afstellen van achteruitkijkspiegeltjes 85 Tubeless banden 86 Controle motoroliepeil 88 Reinigen en vervangen van bougies 89 Algemene reiniging 90 Lange tijd buiten gebruik 91 Belangrijke waarschuwingen 91
Technische gegevens 96
Afmetingen (mm) 96 Gewicht 96 Motor 98 Distributie 98 Prestaties 98 Bougies 99 Voeding 99 Remmen 99 Overbrenging 100 Frame 101 Wielen 101 Banden 101 Ophangingen 102 Uitlaatsysteem 102 Verkrijgbare kleuren 102 Elektrische installatie 103
NL
Geheugensteuntje voor periodiek onderhoud 107
Onderhoud 92
Geprogrammeerd onderhoudsplan: werkzaamheden die door de dealer dienen te worden uitgevoerd 92 Geprogrammeerd onderhoudsplan: werkzaamheden die door de klant dienen te worden uitgevoerd 95
5
Aanwijzingen van algemene aard
NL
Garantie
In uw eigen belang en ter behoud van het product, raden wij u nadrukkelijk aan een erkende Ducati Dealer te raadplegen voor alle handelingen die bijzondere technische deskundigheid vereisen. Ons uiterst gespecialiseerde personeel beschikt over alle uitrustingen en machines die nodig zijn voor perfect uitgevoerde reparaties en onderhoudsbeurten, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van originele onderdelen van Ducati die altijd passen en garant staan voor een motorfiets die perfect rijdt en lang meegaat. Bij alle Ducati motorfietsen wordt een Garantieboekje meegeleverd. De garantie is niet geldig voor motorfietsen die worden gebruikt voor wedstrijden. Tijdens de geldigheidsperiode van de garantie mag er geen enkele component worden veranderd en mag er niets worden gewijzigd of vervangen door andere, niet originele delen. Overtreding hiervan heeft het onmiddellijk vervallen van de garantierechten tot gevolg.
Symbolen
Ducati Motor Holding S.p.A. verzoekt u vriendelijk deze gebruiks- en onderhoudsaanwijzingen aandachtig door te lezen om vertrouwd te raken met uw motorfiets. Neem in geval van twijfel contact op met een erkende Ducati Dealer. U zult de informatie uit deze handleiding goed kunnen gebruiken tijdens uw reizen, waarvan Ducati Motor Holding S.p.A. hoopt dat ze altijd even probleemloos en prettig verlopen. Bovendien blijft uw motorfiets door de toepassing van deze informatie blijvend goede prestaties leveren. Deze handleiding bevat informatieve opmerkingen met een bijzondere betekenis:
Opgelet
Het niet naleven van deze voorschriften kan gevaarlijke situaties veroorzaken met ernstige verwondingen en zelfs dodelijke afloop tot gevolg.
Belangrijk
Er bestaat kans op schade aan de motorfiets en/of de componenten ervan.
Opmerkingen
Meer informatie over de uit te voeren werkzaamheden. Alle richtingaanduidingen (rechts of links) gaan uit van de rijrichting van de motorfiets.
6
Nuttige informatie voor veilig reizen Opgelet
Eerst lezen voordat u de motor gebruikt. Vaak zijn ongevallen te wijten aan rijden zonder ervaring. Rijd nooit zonder rijbewijs; om met deze motorfiets te rijden dient u in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs. Leen de motor niet uit aan onervaren bestuurders of mensen die geen geldig rijbewijs hebben. Bestuurder en bijrijder dienen altijd gepaste kleding en een veiligheidshelm te dragen. Draag geen loshangende kleding die in de bedieningsorganen klem kan blijven zitten of het zicht kan belemmeren. Zet de motor nooit aan in een gesloten ruimte. De uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid of binnen heel korte tijd zelfs dodelijke afloop tot gevolg hebben. Bestuurder en bijrijder dienen hun voeten tijdens het rijden altijd op de voetsteunen te zetten. Teneinde op elk willekeurig moment van richting te kunnen veranderen of de rijstijl aan veranderingen in het wegdek aan te kunnen passen moet de bestuurder altijd de handen aan het stuur houden, terwijl de passagier altijd beide handen op de riem op de passagierszitplaats moet houden. Leef de landelijk en plaatselijk geldende wettelijke voorschriften na. Leef altijd de snelheidsbeperkingen na waar deze zijn aangeduid en rijd in elk geval nooit sneller dan zicht, wegdek en verkeer toestaan.
Gebruik altijd en tijdig tevoren de richtingaanwijzers om aan te duiden dat u van richting gaat veranderen of een andere rijbaan kiest. Zorg ervoor dat u altijd goed zichtbaar bent en rijd niet in de "dode hoek" van de voertuigen die voor u rijden. Rijd voorzichtig op kruispunten, bij het verlaten van privéterrein of parkeerplaats of als u de autoweg oprijdt. Zet de motor altijd uit als u tankt, en mors geen benzine op de motor of op de uitlaatpijp. Rook nooit tijdens het tanken. Tijdens het tanken komen dampen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. Als brandstofdruppeltjes op uw huid of kleren komen, was deze dan onmiddellijk af met water en zeep en trek andere kleren aan. Haal de sleutel altijd uit het contact als u de motor ergens onbewaakt laat staan. De motor, de uitlaatpijp en de geluiddempers blijven nog lang heet nadat de motor is uitgezet.
NL
Opgelet
Het kan zijn dat het volledige uitlaatsysteem warm blijft, ook nadat de motor is uitgezet; raak het uitlaatgedeelte dus niet aan met uw lichaam, pas goed op en parkeer het voertuig niet in de buurt van ontvlambare materialen (met inbegrip van hout, bladeren, enz.). Parkeer de motorfiets zo, dat niemand ertegen kan stoten en zet hem altijd op de zijstandaard. Parkeer de motor nooit op een ondergrond die niet vlak en recht of niet hard genoeg is, omdat de motorfiets hierop kan omvallen.
7
Rijden met volle bepakking
Dit motorvoertuig is ontworpen voor het veilig afleggen van lange afstanden met volle bepakking. Goed verdelen van het gewicht van de lading op het voertuig is uiterst belangrijk om de veiligheid van de motorfiets te behouden en niet in moeilijkheden te komen bij plotselinge stuurbewegingen of op slecht wegdek.
NL Informatie omtrent de te vervoeren lading
Het totale gewicht van het motorvoertuig tijdens het rijden, met bestuurder, passagier, bagage en extra accessoires mag niet meer bedragen dan 390 kg.
De zwaarste bagage of accessoires dienen zo laag mogelijk en zo veel mogelijk in het midden van de motorfiets opgeborgen te worden. Maak de bagage stevig vast op de motorfiets; bagage die niet goed is vastgemaakt, kan de motorfiets uit evenwicht brengen. Maak geen zware of grote voorwerpen vast aan het stuur of het voorste spatbord, omdat dit de motorfiets gevaarlijk uit evenwicht brengt. Steek geen lading tussen de frameconstructie, aangezien deze verstrikt kan raken in bewegende delen van de motorfiets. Controleer altijd of de druk van de banden overeenkomt met hetgeen vermeld staat op blz. 86 en tevens of ze zich in goede staat bevinden.
8
Identificatiegegevens van de motorfiets
Elke Ducati-motorfiets heeft twee identificatienummers, respectievelijk voor het frame (afb. 1) en voor de motor (afb. 2). Framenr. Motornr.
NL
Opmerkingen
Deze nummers geven het model van de motorfiets aan en dienen te worden vermeld bij het bestellen van onderdelen. afb. 1
afb. 2
9
Bedieningsorganen
1 4 8 7
NL
Opgelet
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd waar de bedieningsorganen zitten die moeten worden gebruikt om te kunnen rijden met de motorfiets. Lees de beschrijvingen aandachtig door voordat u deze bedieningsorganen gebruikt.
3 2
6 5
Plaats van bedieningsorganen voor het besturen van de motorfiets (afb. 3)
1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) Bedieningspaneel. Startschakelaar en stuurslot. Linker stuurschakelaar. Koppelingshendel. Bedieningspedaal achterrem. Rechter stuurschakelaar. Draaibare gasknop. Bedieningshendel voorrem. Koppelingspedaal.
9
afb. 3
10
Bedieningspaneel (afb. 4)
1) LCD (zie pag. 13). 2) Toerenteller (min-1). Geeft het toerental per minuut van de motor aan. 3) Waarschuwingslampje neutraal N (groen). Gaat branden als de versnelling in zijn vrij staat. 4) Waarschuwingslampje brandstofreserve (geel). Gaat branden als men de reserve-inhoud aanspreekt; er zit nog ongeveer 3 liter benzine in de tank. 5) Waarschuwingslampjes richtingaanwijzers (groen). Het lampje van de ingeschakelde richtingaanwijzer gaat branden en knippert. 6) Waarschuwingslampje motoroliedruk (rood). Gaat branden om u ervoor te waarschuwen dat er onvoldoende motoroliedruk is. Het moet even branden als de startschakelaar op ON wordt gezet, maar moet enkele seconden nadat de motor is aangeslagen, weer uitgaan. Soms kan dit lampje even gaan branden als de motor erg heet is geworden, maar het moet uitgaan bij toename van het toerental.
2
10A
10B
10C
1
NL
5
9
8
6
3
4
7
5
afb. 4
Belangrijk
Gebruik het voertuig niet als dit waarschuwingslampje (6) blijft branden, want anders bestaat de kans dat de motor wordt beschadigd. 7) Waarschuwingslampje groot licht (blauw). Gaat branden om u ervoor te waarschuwen dat het groot licht is ingeschakeld.
8) Waarschuwingslampje "motordiagnose" (ambergeel). Als dit blijft branden, wil dat zeggen dat de regeleenheid fouten signaleert en de motor blokkeert. 9) Waarschuwingslampje "voertuigdiagnose". Gaat branden als er een probleem is in de voertuigdiagnose. 10) Waarschuwingslampje begrenzer. Lampje 10A: gaat permanent branden 800 rpm voordat de begrenzer wordt bereikt. Lampje 10A permanent + 10B: gaan permanent branden 400 rpm voordat de begrenzer wordt bereikt. Lampje 10A + 10B knipperend + 10C: gaan knipperen wanneer de begrenzer wordt bereikt.
11
NL
11) Bedieningsknop A en B. Drukknop die gebruikt wordt om de parameters van het instrumentenpaneel te laten weergeven en in te stellen, heeft twee standen A "" en B "". 12) Drukknop voor knipperen met groot licht FLASH (afb. 5). De knop die gewoonlijk gebruikt wordt ...