Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
Inhoudsopgave
Over uw nieuwe labelmaker.................................................................51 Productregistratie...............................................................................................51 Snel aan de slag ..................................................................................51 De stroomvoorziening aansluiten .......................................................................51 De batterijen plaatsen ....................................................................................51 De optionele stroomadapter aansluiten .........................................................52 De tapecassette plaatsen ....................................................................................52 De labelmaker voor het eerst gebruiken ...............................................53 Leren werken met de labelmaker ........................................................ 54 Aan/Uit-knop .................................................................................................... 54 LCD-display ........................................................................................................ 54 Format (Opmaak)................................................................................................55 Insert (Invoegen) ................................................................................................55 Settings (Instellingen) .......................................................................................55 Hoofdlettermodus ..............................................................................................55 Num Lock ............................................................................................................55 Backspace ...........................................................................................................55 Clear (Wissen) .....................................................................................................56 Navigatietoetsen ................................................................................................56 Cancel (Annuleren) .............................................................................................56 Labels opmaken ................................................................................. 56 De lettergrootte wijzigen ...................................................................................56 Letterstijlen toevoegen ......................................................................................57 Kader- en onderstrepingsstijlen toevoegen........................................................57 Labels met twee regels maken ...........................................................................58 Tekst uitlijnen .....................................................................................................58 Labels met een vaste lengte maken....................................................................59
48
Tekst spiegelen ...................................................................................................59 Symbolen en speciale tekens gebruiken .............................................. 60 Leestekens toevoegen ........................................................................................61 De valutatoets gebruiken....................................................................................61 Internationale tekens toevoegen ........................................................................61 Afdrukopties ...................................................................................... 62 Afdrukvoorbeeld van label bekijken ...................................................................62 Meerdere labels afdrukken .................................................................................62 Het afdrukcontrast aanpassen ............................................................................63 Het labelmakergeheugen gebruiken................................................... 63 Labels opslaan ....................................................................................................63 Opgeslagen labels openen ................................................................................ 64 Opgeslagen tekst invoegen ............................................................................... 64 De labelmaker onderhouden .............................................................. 65 Problemen oplossen ........................................................................... 66 DYMO D1-labelcassettes ...................................................................... 68 Stroomadapter .................................................................................. 69 Informatie over het milieu.................................................................. 70
49
17
18 19 20 21 22 23 24
1
16 15 14 13
2 3 4 5
6
12
11 10 9 8
7
Figuur 1: elektronische labelmaker LabelManager 220P
1 2 3 4 5 6 7 8 Knop voor afsnijden tape Afdrukken Afdrukvoorbeeld OK Backspace Return Teken met accent Return 9 10 11 12 13 14 15 16 Valuta Spatiebalk Insert (Invoegen) HOOFDLETTERS Num Lock Cancel (Annuleren) Format (Opmaak) Aan/Uit-knop 17 18 19 20 21 22 23 24 Netvoedingsaansluiting Clear (Wissen) Openen Navigatietoetsen LCD-display Settings (Instellingen) Opslaan Tape-uitgang
50
Over uw nieuwe labelmaker
Met de elektronische labelmaker DYMO LabelManager 220P kunt u een scala aan zelfklevende labels van hoge kwaliteit creëren. U hebt de keuze uit tal van lettergrootten en -stijlen om uw labels af te drukken. De labelmaker maakt gebruik van DYMO D1-tapecassettes met een breedte van 6 mm, 9 mm of 12 mm. Deze tapecassettes zijn verkrijgbaar in uiteenlopende kleuren. Surf naar www.dymo.com als u wilt weten waar tapecassettes en accessoires voor uw labelmaker verkrijgbaar zijn.
Productregistratie
Surf naar www.dymo.com/registration om uw labelmaker online te registreren.
Snel aan de slag
De stroomvoorziening aansluiten
Figure 2
Volg de instructies in dit gedeelte om uw eerste label af te drukken. De labelmaker wordt voorzien van stroom door standaardbatterijen of een AC-stroomadapter. Wanneer u de labelmaker langer dan twee minuten niet hebt gebruikt, wordt deze automatisch uitgeschakeld om stroom te besparen.
De batterijen plaatsen
De labelmaker maakt gebruik van zes hoogwaardige AA alkaline batterijen. U plaatst de batterijen als volgt: 1. Schuif het klepje van het batterijvak van de labelmaker open. Zie figuur 2. 2. Plaats de batterijen volgens de aangegeven polariteit (+ en Â).
51
3. Plaats het klepje terug. x Verwijder de batterijen indien de labelmaker gedurende een lange periode niet wordt gebruikt. U kunt ook een optionele 9 volt, 1,5 A stroomadapter gebruiken voor de stroomvoorziening van de labelmaker. Als u de wisselstroomadapter op de labelmaker aansluit, fungeren de batterijen niet langer als stroombron. U sluit de adapter als volgt aan: 1. Sluit de adapter aan op de voedingsconnector aan de linkerbovenkant van de labelmaker. 2. Sluit het andere uiteinde van de stroomadapter aan op het stopcontact. x Zorg dat de labelmaker uitstaat, voordat Geleiders u de stroomadapter uit het stopcontact Verwijder haalt. Anders gaan de meest recente het kartonnen beschermingsstuk geheugeninstellingen verloren.
De optionele stroomadapter aansluiten
Figure 3
Figure 4
De tapecassette plaatsen
Bij de labelmaker wordt één tapecassette geleverd. U kunt extra labelcassettes verkrijgen bij uw lokale kantoorartikelenzaak. U plaatst de tapecassette als volgt: 1. Open het tapecompartiment door het deksel van Klik! Figure 5 de tapecassette op te tillen. Zie figuur 3. x Voordat u de labelmaker voor de eerste keer gebruikt, moet u het kartonnen beschermingsstuk uit de tape-uitvoersleuf verwijderen. Zie figuur 4.
52
Klik!
2. Plaats de cassette met de label omhoog en met de tape tussen de tapegeleiders. 3. Druk de cassette aan, totdat deze op haar plaats klikt. Zie figuur 5. 4. Sluit het deksel van de tapecassette.
De labelmaker voor het eerst gebruiken
Als u de labelmaker voor de eerste keer aanzet, wordt u gevraagd om de taal en de maateenheden te kiezen. Deze selecties blijven van kracht totdat u deze wijzigt of totdat u de labelmaker opnieuw instelt. U wijzigt deze selecties met de toets Settings (Instellingen). U stelt de labelmaker als volgt in: 1. Druk op { om de labelmaker aan te zetten. 2. Selecteer de taal en druk vervolgens op }. De taal is standaard ingesteld op Engels. Het is afhankelijk van de taalkeuze welke tekenset beschikbaar is. 3. Kies inches of millimeters en druk op }. 4. Selecteer de breedte van de huidige tapecassette die in de labelmaker is geplaatst. U bent nu klaar om uw eerste label af te drukken. U drukt een label als volgt af: 1. Voer een tekst in om een eenvoudige label te maken. 2. Druk op G. 3. Selecteer het aantal kopieën. 4. Druk op } om af te drukken. 5. Druk op de snijknop en de label wordt gesneden. Gefeliciteerd! U hebt uw eerste label afgedrukt. Lees verder als u meer informatie wilt over het maken van labels.
53
Leren werken met de labelmaker
Raak vertrouwd met de plaats van de toepassings- en functietoetsen op de labelmaker. Zie figuur 1. In de volgende gedeelten worden de verschillende kenmerken in detail beschreven.
dan twee minuten niet hebt gebruikt, wordt de stroom automatisch uitgeschakeld. De label die u het laatst hebt gemaakt, wordt onthouden en getoond wanneer de stroom opnieuw ingeschakeld wordt. Ook de eerder gekozen stijlinstellingen worden hersteld.
Aan/Uit-knop Met de knop { schakelt u de stroom in en uit. Wanneer u de labelmaker langer
LCD-display
U kunt maximaal 99 tekens en spaties invoeren. Op het display is ruimte voor ongeveer dertien tekens. Het aantal tekens dat werkelijk getoond wordt, is afhankelijk van de spatiëring. Dankzij het exclusieve grafische display van DYMO wordt elke opmaak die u toevoegt onmiddellijk zichtbaar. De cursieve letters en het afgeronde kader die aan de volgende tekst zijn toegevoegd, zijn bijvoorbeeld duidelijk zichtbaar.
Aan de kenmerkindicatoren bovenaan het display kunt u zien welk kenmerken geselecteerd zijn.
54
Labellengte, Uitlijnen, Onderstrepen, Kaders en Stijl weer. Deze opmaakkenmerken worden verderop in deze handleiding beschreven.
Format (Opmaak) Met toets 2 geeft u de submenu's Lettergrootte, Opmaak wissen, Spiegel,
Insert (Invoegen) Met de toets 8 kunt u symbolen of opgeslagen tekst op een label invoegen.
Deze functies worden verderop in deze handleiding beschreven.
Settings (Instellingen) Met de toets I kunt u de menukeuzen voor de taal, eenheden, labelbreedte
en het contrast weergeven. Deze functies worden verderop in deze handleiding beschreven.
hoofdlettermodus is ingeschakeld, wordt de hoofdletterindicator op het display weergegeven en zijn alle letters die u invoert hoofdletters. De standaardinstelling is hoofdlettermodus aan. Wanneer de hoofdlettermodus uitstaat, zijn alle letters die u invoert kleine letters.
Hoofdlettermodus Met de toets Z zet u de hoofdletterfunctie aan en uit. Wanneer de
Num Lock
Met de toets S kunt u toegang verkrijgen tot de cijfers op de bovenste rij lettertoetsen. Als de Num Lock-modus is ingeschakeld, wordt de Num Lockindicator op het display weergegeven en verschijnen de cijfers 0 tot en met 9 als u de overeenkomstige lettertoetsen indrukt. Num Lock is standaard uitgeschakeld.
Backspace Met de toets 0 verwijdert u het teken links van de cursor.
55
wissen, of beide.
Clear (Wissen) Met toets 6 kunt u kiezen of u alle labeltekst of alleen de tekstopmaak wilt Navigatietoetsen
Met de pijltoetsen Links en Rechts kunt u uw label bekijken en bewerken. U kunt ook met de pijltoetsen Omhoog en Omlaag door de menuopties navigeren en vervolgens op } drukken om een keuze te maken.
handelingen annuleren.
Cancel (Annuleren) Met toets 7 kunt u een menu verlaten zonder een selectie te maken en kunt u
Labels opmaken
U kunt kiezen uit een aantal opmaakopties om het uiterlijk van labels te verbeteren.
De lettergrootte wijzigen
Voor uw labels zijn 6 lettergrootten beschikbaar: Extra klein, Klein, Middelgroot, Groot, Extra groot en Gigantisch. De door u geselecteerde lettergrootte wordt toegepast op alle tekens op een label. U stelt de lettergrootte als volgt in: 1. Druk op 2. 2. Selecteer Lettergrootte en druk op }. 3. Selecteer de gewenste lettergrootte en druk op }. De lettergrootte-indicator op het display wordt aangepast aan de door u gekozen lettergrootte.
56
Letterstijlen toevoegen
U kunt 6 verschillende letterstijlen kiezen:
AaBbCc AaBbCc AaBbCc Normaal Vet Cursief Uitlijnen Schaduw Verticaal
a
De door u geselecteerde stijl wordt toegepast op alle tekens. Stijlen kunnen worden gebruikt voor alfanumerieke tekens en voor bepaalde symbolen. U stelt de letterstijl als volgt in: 1. Druk op 2. 2. Selecteer Stijl en druk op }. 3. Selecteer een letterstijl en druk op }.
Kader- en onderstrepingsstijlen toevoegen
U kunt een tekst marke ...