Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
NL
De functies van de camera gebruiken
DIGITALE CAMERA
Het juiste programma kiezen voor bepaalde lichtomstandigheden Overige fotofuncties
HANDLEIDING
Scherpstelfuncties Belichting, beeld en kleur Beelden weergeven Instellingen / functies van uw camera aanpassen Printen Aansluiten op een computer Uw camera beter leren kennen Informatie Verwisselbare lenzen Diversen
· In deze handleiding vindt u uitleg over geavanceerde functies voor het maken en weergeven van foto's, over het aanpassen van functies en instellingen, over het overzetten van de opgenomen beelden naar een computer, enz. · Voordat u belangrijke opnamen gaat maken, doet u er goed aan eerst enkele proefopnamen te maken om vertrouwd te raken met uw camera. · De afbeeldingen van het scherm en de camera zijn tijdens de ontwikkeling van het toestel vervaardigd en kunnen op kleine punten afwijken van het toestel dat u in handen hebt.
Voor klanten in Europa Het waarmerk "CE" garandeert dat dit product voldoet aan de richtlijnen van de EU (Europese Unie) wat betreft veiligheid, gezondheid, milieubeheer en persoonlijke veiligheid van de gebruiker. Apparaten met het waarmerk "CE" zijn bedoeld voor de Europese markt.
Dit symbool [doorgekruiste verrijdbare afvalbak volgens WEEE Annex IV] geeft de gescheiden inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur in de landen van de EU aan. Gooi het apparaat a.u.b. niet bij het gewone huisvuil. Maak a.u.b. gebruik van het inzamelsysteem dat in uw land beschikbaar is voor de afvoer van dit product.
Handelsmerken · IBM is een gedeponeerd handelsmerk van International Business Machines Corporation. · Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. · MacIntosh is een handelsmerk van Apple Computer Inc. · xD-Picture CardTM is een handelsmerk. · Alle andere genoemde bedrijfs- en productnamen zijn gedeponeerde handelsmerken en/of handelsmerken van de betreffende rechthebbenden. · De in deze handleiding genoemde normen voor camera bestandssystemen zijn de door de Japan Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA) opgestelde "Design Rule for Camera File System / DCF"-normen.
Hoe leest u de instructies
Indicaties die in deze handleiding gebruikt worden
Belangrijke informatie over factoren die tot storingen of problemen bij de bediening kunnen leiden. Daaronder ook waarschuwingen voor handelingen die u absoluut dient te voorkomen.
TIPS
Handige informatie en tips voor een optimaal gebruik van uw camera. Verwijzingen naar pagina's met details of relevante informatie.
g
2
NL
Inhoudsopgave
Beschrijft de functies van de camera en hoe u ze bedient.
De functies van de camera gebruiken
blz. 11
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Beschrijft de diverse programma's voor het fotograferen.
De juiste functie kiezen voor bepaalde lichtomstandigheden blz. 15 Diverse fotofuncties Scherpstelfuncties Belichting, beeld en kleur Beelden weergeven Instellingen / functies van uw camera aanpassen Printen Aansluiten op een computer Uw camera beter leren kennen Informatie Verwisselbare lenzen Diversen
blz. 22
Beschrijft de diverse manieren van fotograferen.
Beschrijft de functies die voor het scherpstellen worden gebruikt.
blz. 36
Beschrijft de functies die te maken hebben met belichting, beeld en kleur.
blz. 40
Beschrijft de functies die gebruikt worden voor het weergeven van opgenomen beelden. Beschrijft de overige verschillende soorten functies. De instellingen of functies kunnen aangepast worden aan de omgeving waarin de camera gebruikt wordt. Beschrijft hoe u opgenomen beelden print.
blz. 51
blz. 59
blz. 71
Beschrijft hoe u de beelden van de camera naar uw computer overbrengt en ze daar opslaat
blz. 76
Kijk hier als u hulp nodig hebt of als u meer over de camera wilt weten. Beschrijft hoe u met de kaartjes en het laadapparaat om moet gaan en bevat een lijst met functies en monitorbeelden van de camera. Beschrijft hoe u met verwisselbare lenzen om moet gaan.
blz. 83
blz. 95
blz. 103
Beschrijft voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het gebruik van de camera en accessoires.
blz. 105
3
NL
Overzichtstekening van de camera
Camera
u (Live view) knop g blz. 20 A/B knop g blz. 20 Oculairsluithendel g blz. 32 Zoeker g blz. 96 Oogcorrectieknop q (Weergave) knop g blz. 51 S (Wis) knop g blz. 58 MENU knop g blz. 13 INFO (Informatiedisplay) knop g blz. 53 LCD-monitor g blz. 97 Pendelknop g blz. 13 Lichtmeetknop g blz. 41 #UP knop g blz. 28 AEL/AFL knop g blz. 43 0 (Protect) knop g blz. 57 j (Sluiterfunctie) knop g blz. 31, blz. 32, blz. 33 < (Kopiëren / Printen) knop g blz. 57, blz. 74 Indicatie-LED Dataverkeer g blz. 80 WB (Witbalans) knop g blz. 45 AF (Scherpstelfunctie) knop g blz. 36 i knop g blz. 13 ISO knop g blz. 44
Multiconnector g blz. 74, blz. 79 Klepje over de connector
CF-kaartsleuf xD-picture-kaartsleuf Uitwerpknop Klepje van het kaartje SSWF-indicatielampje g blz. 93
Functieknopg blz. 11 Instelknop g blz. 13, blz. 64
Flitsschoen g blz. 29 Cameraschakelaar F (Belichtingscorrectie) knop g blz. 42 Ontspanknopg blz. 15
4
NL
Flitser g blz. 28
Spiegel Markering voor lenskoppeling
Lensvergrendelingspen Lensontgrendelknop
Zelfontspanner / LED afstandsbediening / ontvanger afstandsbediening g blz. 33
Lensvatting (Bij het bevestigen van de lens verwijdert u eerst de cameradop van de camera die voorkomt dat stof en vuil kunnen binnendringen.)
Vergrendelknop van het batterijcompartiment Klepje van het batterijcompartiment
Statiefaansluiting
Voorbereiding
Batterij laden
Laad de batterij op met het meegeleverde laadapparaat. Bij aankoop is de batterij niet volledig opgeladen. Daarom dient u deze vóór gebruik eerst helemaal op te laden.
Lithium-ion-batterij (BLM-1) Indicator voor laadtoestand Rood lichtje: Bezig met opladen Groen lichtje: Opladen voltooid (laadtijd: ca. 5 uur)
3
Verwijder de cameradop van de batterij.
Netsnoer Lithium-ion-laadapparaat (BCM-2)
1
NL
5
Camerariem bevestigen
1 2 3
Opmerkingen
· Bevestig de camerariem op de hierboven beschreven wijze zodat de camera niet kan vallen. Als de camerariem niet goed bevestigd is en de camera valt, stelt Olympus zich niet aansprakelijk voor de schade.
Batterij inzetten
1
Zorg dat de cameraschakelaar op OFF staat.
Batterijvergrendeling
3
Batterij uitnemen Druk op de batterijvergrendeling om deze te ontgrendelen en haal de batterij eruit.
Uitrichtteken
Een lens op de camera bevestigen
1 2 3
Verwijder de cameradop van de camera en de achterkap van de lens (linksom). Houd de rode koppelingsmarkering op de lens tegenover de rode markering op de camera, en steek de lens in het camerahuis. Draai de lens rechtsom tot u een klik hoort. Verwijder het lenskapje.
Markering voor lenskoppeling (rood) Uitrichtteken (rood)
2 1
Lenskapje
De lens uit de camera verwijderen Terwijl u de lensontgrendelknop ingedrukt houdt, draait u de lens linksom tot u deze kunt verwijderen. g"Overzichtstekening van de camera" (blz. 4)
6
NL
Een geheugenkaartje plaatsen Open het klepje van het kaartje en plaats het kaartje. Compact Flash/Microdrive
Steek het contactvlak van het kaartje zo ver mogelijk in de sleuf.
Markering
xD-Picture card
Schuif het kaartje zoals aangegeven in de afbeelding erin tot het vastklikt.
CF-kaartsleuf
xD-picture-Card-sleuf
Opmerkingen
· Druk het kaartje niet naar binnen met een pen of een ander hard of spits voorwerp. · Zolang de camera is ingeschakeld, mag u de klepjes van het batterijcompartiment en het kaartje niet openen en de batterij of het kaartje niet verwijderen. Als u dit doet, kunnen de gegevens op het kaartje worden beschadigd. Eenmaal beschadigde gegevens kunnen niet worden hersteld.
Geheugenkaartje verwijderen Verwijder het kaartje als de indicatie-LED Dataverkeer dooft.
Uitwerpknop
Indicatie-LED Dataverkeer
Compact Flash/Microdrive
· Druk de uitwerpknop helemaal in, laat deze uitspringen, en druk de knop dan weer helemaal in.
xD-Picture card
· Druk zachtjes op het geplaatste kaartje en het springt eruit.
NL
7
Voorbereidingen
Camera inschakelen
Zet de cameraschakelaar op ON. Om de camera uit te schakelen, zet u de cameraschakelaar op OFF. Zet de functieknop op P.
SSWF-indicatielampje
INFO-knop
Monitor
Zodra u de camera inschakelt, verschijnt het fotofunctievenster op de monitor. Verschijnt het fotofunctievenster niet, druk dan op de knop INFO.
Batterijcontrole Als de camera ingeschakeld wordt of als de batterij bijna leeg is, verandert de indicatie van de batterijlading.
Brandt (groen)
Resterende batterijlading: Hoog. *2
Brandt *1 (rood)
Resterende batterijlading: Laag. Binnenkort opladen.
[BATTERY EMPTY] (batterij leeg) verschijnt.
Resterende batterijlading: Leeg.
*1 Knippert in de zoeker. *2 Het energieverbruik van uw digitale camera varieert afhankelijk van het gebruik en de omstandigheden tijdens het bedienen. Onder sommige omstandigheden kan de camera zichzelf uitschakelen zonder een waarschuwing te geven dat de batterij leegraakt.
Automatische stofreductie
Zodra u de camera inschakelt, wordt automatisch de functie stofreductie geactiveerd. Hierbij wordt met behulp van ultrasone trillingen stof en vuil verwijderd van het filteroppervlak van het beeldopneemelement. Tijdens deze reiniging knippert het SSWF-lampje (Super Sonic Wave Filter).
Datum / Tijd instellen
Informatie over datum en tijd is samen met de beelden opgeslagen op het kaartje. Het bestandsnummer is ook inbegrepen bij de informatie over datum en tijd. Zorg ervoor dat u de juiste datum en tijd instelt voor u de camera gebruikt.
1
8
Druk op de MENU-knop.
g "Overzichtstekening van de camera" (blz. 4)
NL
2 3 4 5 6
Gebruik ac om [ ] te selecteren, druk dan op d. Gebruik ac om [X] te selecteren, druk dan op d.
· De geselecteerde functie wordt dan groen weergegeven.
Gebruik ac om één van de volgende datumnotaties te selecteren: "Y-M-D", "M-D-Y", "D-M-Y". Druk daarna op d. Gebruik ac om het jaartal in te stellen en druk op d om naar de instelling van de maand te gaan. Herhaal deze procedure tot u datum en tijd volledig heeft ingesteld.
· De tijd verschijnt in 24-uurs notatie.
Druk op knop i.
Opmerkingen
· De datum en tijd worden naar de standaardinstellingen af fabriek hersteld als ongeveer 1 dag geen batterij in de camera zit. Deze instellingen kunnen eerder verloren gaan als de batterij maar gedurende een korte tijd in de camera heeft gezeten voordat deze eruit werd gehaald.
Voordat u gaat fotograferen
Oogcorrectie van de zoeker instellen
Verwijder het lenskapje. Terwijl u door de zoeker kijkt, verdraait u langzaam de oogcorrectieknop. Zodra u het autofocuskader goed en scherp kunt zien, bent u klaar.
AF-kader Oogcorrectieknop
Zoeker
De hoek van de monitor instellen
De hoek van de monitor kan voor het nemen van foto's aan de omgeving aangepast worden.
1 3 2
De hoek kan binnen het bereik van de gestippelde lijnen veranderd worden.
Opmerkingen
· Oefen geen overmatig grote kracht uit op de monitor. Als u de camera op een statief zet, let er dan op dat de onderkant van de monitor niet tegen het statief slaat. · Zorg ervoor dat de achterkant van de monitor en het bereik rond de metalen fitting niet beschadigd worden.
NL
9
Fotograferen
Door de zoeker kijken om een foto te maken
Zet de functieknop op P. Richt het autofocuskader op het onderwerp terwijl u door de zoeker kijkt.
1
Ontspanknop Functieknop
AF-kader (autofocus)
Zoeker
Indicatie-LED Dataverkeer Half indrukken AF-bevestiging
2
Scherpstellen.
Druk de ontspanknop rustig (half) in. · De scherpstelling wordt vastgehouden wanneer u een pieptoon hoort. De AF-bevestiging en en het AF-kader verschijnen in de zoeker. · De door de camera automatisch gekozen combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde verschijnt. · Het fotofunctievenster verschijnt niet als de ontspanknop ingedrukt wordt.
3
Laat de ontspanknop los.
Druk de ontspanknop helemaal in. · Als een foto wordt genomen, is er een sluitergeluid te horen. · De indicatie-LED Dataverkeer knippert en de camera slaat de foto op.
Sluitertijd Diafragmawaarde
Rec view
Dit biedt u de mogelijkheid de foto die u zojuist genomen heeft op de monitor weer te geven terwijl de foto op het kaartje wordt opslagen.
Helemaal indrukken
10
NL
Gebruik van de functieknop
De functieknop biedt u de mogelijkheid de camera-instellingen moeiteloos aan het onderwerp en de lichtomstandigheden aan te passen.
1
De functies van de camera gebruiken
Programma's voor gemakkelijk fotograferen
Deze camera heeft optimale instellingen voor verschillende onderwerpen. Afhankelijk van de camerafunctie kunt u de instellingen veranderen g (blz. 15)
i Portret voor een portret van een persoon.
l Landschap voor het fotograferen van landschappen en andere buitenscènes. & Macro voor het maken van close-up-opnamen (macro shooting). j Sport voor scherpe opnamen van snelbewegende onderwerpen. / Nachtscène en portret voor scherpe opnamen van het onderwerp tegen een
nachtelijke achtergrond.
g Motiefprogramma ...