Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
NL
Basisgids
DIGITALE CAMERA
Leer de E-410 gebruiken Verbeter uw vaardigheid in het fotograferen  Fotogidsen Fotografeerfuncties Weergavefuncties Instellingen en functies aanpassen volgens uw wensen Printen Gebruik van de OLYMPUS Master software Leer uw camera beter kennen Informatie Verwisselbare lenzen Diversen
Handleiding
( Voordat u belangrijke opnamen gaat maken, doet u er goed aan eerst enkele proefopnamen te maken teneinde u met uw camera vertrouwd te maken. ( De afbeeldingen van het scherm en de camera zijn tijdens de ontwikkeling van het toestel vervaardigd en kunnen op kleine punten afwijken van het toestel dat u in handen hebt. ( De inhoud van deze handleiding is gebaseerd op firmwareversie 1.0 voor deze camera. Als er aanvullingen op en/of wijzigingen van functies hebben plaatsgevonden vanwege een firmwareupdate voor de camera, kan de inhoud afwijken. Kijk voor de meest actuele informatie op de Olympus-website.
Opbouw van deze handleiding
Basisgebruik van de camera
Basisgids
Deze paragraaf beschrijft de voorbereidingen en instellingen voor de camera en het basisgebruik van de camera, van eenvoudige fotografeertechnieken tot weergave en functies voor het wissen.
Camerariem bevestigen ................................. 3 De batterij gereedmaken voor gebruik ........... 3 Een lens op de camera bevestigen................ 4 Het kaartje plaatsen ....................................... 5 Camera inschakelen....................................... 6 Dioptrie van de zoeker instellen ......................6 Datum en tijd instellen.....................................7 Fotograferen....................................................7 Weergeven / wissen........................................9
Leer de E-410 gebruiken
Blz. 14
Lees hoofdstuk 1 om het basisgebruik van de camera te leren voordat u verdergaat met de verschillende functies van deze camera. Bediening van de camera g "Leer de E-410 gebruiken" (Blz. 14) Leer de functies in de fotogidsen te gebruiken g "Verbeter uw vaardigheid in het fotograferen  Fotogidsen" (Blz. 21) Ga verder naar de bladzijden over de verschillende functies. De informatie vinden die u nodig heeft g "Fotografeertips en informatie" (Blz. 83), "Menulijst" (Blz. 95), "Namen van onderdelen" (Blz. 101), "Index" (Blz. 125) Indicaties die in deze handleiding gebruikt worden Belangrijke informatie over factoren die tot storingen of problemen bij de bediening kunnen leiden. Daaronder ook waarschuwingen voor handelingen die u absoluut dient te voorkomen. TIPS g Handige informatie en tips voor een optimaal gebruik van uw camera. Verwijzingen naar pagina's met details of relevante informatie.
2
NL
Basisgids
Camerariem bevestigen
Breng de camerariem aan zoals aangegeven door de pijlen (1, 2). Trek de camerariem tenslotte strak om er zeker van te zijn dat deze goed vastzit (3). Maak het andere uiteinde van de camerariem op dezelfde manier vast aan het andere bevestigingsoog.
1 2 3
Basisgids
De batterij gereedmaken voor gebruik
1
Batterij laden.
Lithium-ionbatterij (BLS-1)
Indicator voor laadtoestand Rood lichtje: Bezig met opladen Groen lichtje: Opladen voltooid (laadtijd: ca. 210 minuten)
3
Lithium-ionlaadapparaat (BCS-1)
1
Lichtnetkabeltje
2
Stopcontact
2
Batterij plaatsen.
Vergrendelknop van het batterijcompartiment
Positioneringsmarkering
Klepje van het batterijcompartiment
1
3
2
· Sluit het klepje van het batterijcompartiment tot er een klik hoorbaar is.
Batterij uitnemen Druk op de batterijvergrendeling om deze te ontgrendelen en haal de batterij eruit.
· Wij raden u aan een reservebatterij bij de hand te houden voor als u langer door wilt gaan met fotograferen en de gebruikte batterij leeg raakt.
Batterijvergrendeling
NL
3
Een lens op de camera bevestigen
1
Basisgids
Verwijder de beschermkap van de camera en de achterkap van de lens.
2 1
Achterkap van de lens
2 1
Beschermkap van de camera
2
Een lens op de camera bevestigen.
· Houd de rode koppelingsmarkering op de lens tegenover de rode markering op de camera, en steek de lens in het camerahuis (1). Draai de lens in de richting die door de pijl wordt aangegeven tot u een klik hoort (2). · Druk de lensontgrendelknop niet in.
Markering voor lenskoppeling (rood) Positioneringsmarkering (rood)
3
Verwijder het lenskapje.
2 1
Lenskapje
De lens uit de camera verwijderen Draai de lens, terwijl u de lensontgrendelknop (1) ingedrukt houdt, in de richting zoals aangegeven door (2).
Lensontgrendelknop
2 1
4
NL
Het kaartje plaatsen
Open het klepje van het kaartje en plaats het kaartje. CompactFlash / Microdrive
Steek het contactvlak van het kaartje zo ver mogelijk in de sleuf. -teken
xD-Picture Card
Steek het kaartje zover in de kaartsleuf totdat het op zijn plaats vastklikt.
Basisgids
Klepje van het kaartje
Indicatie-LED Dataverkeer
CF-kaartsleuf
xD-picture-Card-sleuf
Kaartje verwijderen · Open het klepje van het kaartje nooit als de indicatie-LED Dataverkeer knippert. CompactFlash / Microdrive
· Druk de uitwerpknop helemaal in, laat deze uitspringen, en druk de knop weer helemaal in om het kaartje uit te werpen. · Neem de kaart eruit.
xD-Picture Card
· Druk zachtjes op het geplaatste kaartje en het springt eruit. · Neem de kaart eruit.
Uitwerpknop
NL
5
Camera inschakelen
Zet de cameraschakelaar op ON. Om de camera uit te schakelen, zet u de cameraschakelaar op OFF.
Basisgids
INFO-knop
2007.08.16
Zet de functieknop op AUTO.
SSWF-indicator
LCD-monitor
Zodra u de camera inschakelt, verschijnt het bedieningspaneel op de monitor. Als het scherm met het bedieningspaneel niet verschijnt, drukt u op de INFO-knop.
Scherm met het bedieningspaneel
Automatische stofreductie Zodra u de camera inschakelt, wordt automatisch de functie stofreductie geactiveerd. Hierbij wordt met behulp van ultrasone trillingen stof en vuil verwijderd van het filteroppervlak van het beeldopneemelement. Tijdens deze reiniging knippert het SSWF-lampje (Super Sonic Wave Filter).
Dioptrie van de zoeker instellen
Stel de dioptrie van de zoeker in volgens uw wensen. Terwijl u door de zoeker kijkt, verdraait u langzaam de dioptrieregelaar. Zodra u het autofocuskader goed en scherp kunt zien, bent u klaar.
Zoeker Dioptrieregelaar
AF-kader
6
NL
Datum en tijd instellen
Informatie over datum en tijd worden samen met de beelden opgeslagen op het kaartje. De bestandsnaam is ook inbegrepen bij de informatie over datum en tijd. Zorg ervoor dat u de juiste datum en tijd instelt voor u de camera gebruikt.
1
Druk op de MENU-knop.
Basisgids
CUSTOM RESET SETTING
MENU
a d c i
Y/M/D
Y/M/D
2 3 4
Gebruik ac om [Z] te selecteren en druk daarna op d. Gebruik ac om [X] te selecteren en druk daarna op d. Gebruik ac om het jaar [Y] te selecteren en druk dan op d.
Y/M/D
Y/M/D
5 6 7 8 1
Herhaal deze procedure tot u datum en tijd volledig heeft ingesteld.
· De tijd verschijnt in 24-uurs formaat.
Gebruik ac om het datumformaat te selecteren. Druk op de i-knop. Druk op de MENU-knop om af te sluiten.
Fotograferen
Vasthouden van de camera.
Zorg ervoor dat u uw vingers en de camerariem niet voor de lens en de flitser houdt.
Horizontale stand Verticale stand
NL
7
2 3
Richt het AF-kader op het onderwerp terwijl u door de zoeker kijkt. Scherpstellen. Half indrukken
Druk de ontspanknop voorzichtig (half) in.
AF-teken Ontspanknop Diafragmawaarde
Basisgids
2007.08.16
Sluitertijd Indicatie-LED Dataverkeer
4
· De scherpstelling is vastgezet als u een pieptoon hoort. Het AF-teken en en het AF-kader verschijnen in de zoeker. · De door de camera automatisch gekozen combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde verschijnt. · Het scherm met het bedieningspaneel verschijnt niet als de ontspanknop is ingedrukt.
Laat de ontspanknop los.
Druk de ontspanknop helemaal in (tot aan de aanslag). Helemaal indrukken · Het sluitergeluid klinkt en de foto wordt gemaakt. · De indicatie-LED Dataverkeer knippert en de camera begint de foto op te nemen. · Verwijder de batterij of het kaartje nooit als de indicatie-LED Dataverkeer knippert. Doet u dat toch, dan kunnen daardoor de opgeslagen beelden verloren gaan of kan dat verhinderen dat de zojuist door u gemaakte foto's worden opgeslagen.
Fotograferen terwijl u de monitor bekijkt
Het is mogelijk om de LCD-monitor als zoeker te gebruiken en de compositie van het onderwerp te controleren, of om te fotograferen terwijl u een vergrote weergave op de LCD-monitor bekijkt. g "Live bekijken" (Blz. 18)
1
Druk op de u-knop (live bekijken).
· Het onderwerp wordt weergegeven op de monitor.
u-knop
2
Druk de ontspanknop helemaal in.
· De foto wordt gemaakt met scherpstelling.
8
NL
Als de camera stopt te werken
Als de camera gedurende ongeveer 8 seconden niet bediend wordt terwijl de camera aan is, gaat het achtergrondlicht van de monitor uit om de batterijen te sparen. Als daarna ongeveer een minuut lang geen bediening plaatsvindt, schakelt de camera naar de sluimerstand (stand-by) en stopt te werken. De camera wordt weer geactiveerd zodra u op een knop drukt (de ontspanknop, pendelknop enz.). g "Timer achtergrondlicht" (Blz. 69), "Timer sluimerstand" (Blz. 69)
Basisgids
Weergeven / Wissen
Beelden weergeven
Door de q-knop (weergeven) in te drukken wordt het laatst gefotografeerde beeld weergegeven.
q-knop
Geeft het vorige beeld weer
Geeft het volgende beeld weer
Pendelknop
Gezoomd weergeven
Telkens als u de regelaar richting U draait, wordt het beeld vergroot in stappen van 2x  14x.
Regelaar
Beelden wissen
Geef de foto weer die gewist moet worden en druk op de S-knop (wissen). Gebruik ac om [YES] te selecteren en druk op de i-knop om te wissen.
S-knop
NL
9
Inhoudsopgave
1 Leer de E-410 gebruiken.......................................................................... 14
Beschrijft de functies van de camera en hoe u deze bedient.
Gebruik van de functieknop .................................................................................................. 14 Programma's voor gemakkelijk fotograferen ....................................................... 14 Standen voor geavanceerd fotograferen ............................................................. 14 Instellen van de functies........................................................................................................ 15 Functies instellen ................................................................................................. 15 Functies instellen met behulp van het bedieningspaneel .................................... 15 Functies instellen met behulp van de directe knoppen........................................ 16 Instellen in het menu ........................................................................................... 17 Beschrijvingen in deze handleiding ..................................................................... 18 Live bekijken ......................................................................................................................... 18 Het informatiedisplay omschakelen ..................................................................... 19 Bediening met vergrote weergave ....................................................................... 19 Weergave met lijnen ............................................................................................ 20
2
Verbeter uw vaardigheid in het fotograferen  Fotogidsen ...................... 21
Beschrijft de fotografeermethoden die geschikt zijn voor individuele situaties.
Gidsen voor basisfuncties ..................................................................................................... 21 Scherpstelling: De ontspanknop bedienen .......................................................... 21 Helderheid: Belichtingscorrectie .......................................................................... 21 Kleur: Witbalans .................................................................................................. 22 Een gids voor functies voor verschillende onderwerpen....................................................... 22 Landschapsfoto's nemen..................................................................................... 22 Bloemen fotograferen .......................................................................................... 23 Nachtopnamen maken ........................................................................................ 25
3
Fotografeerfuncties .................................................................................. 26
Categoriseert en beschrijft de fotografeerfuncties afhankelijk van de standen voor het fotograferen; de fotografeerfuncties; het scherpstellen; de belichting, kleur en het beeld.
De juiste stand kiezen voor bepaalde lichtomstandigheden
Motiefprogramma .................................................................................................................. 26 P: Programmagestuurd fotograferen ............................................................................. ...