Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
ELECTRIC WHEELED ROTARY LAWNMOWER ROTARY LAWNMOWER ELEKTRISCHER SICHELMÄHER MIT RÄDERN TONDEUSE ELECTRIQUE POUSSEE ELEKTRISCHE ROTERENDE GRASMAAIMACHINE OP WIELEN ELEKTRISK, HJULGÅENDE ROTORKLIPPER SÄHKÖKÄYTTÖINEN PYÖRILLÄ VARUSTETTU RUOHONLEIKKURI VARUSTETTU ELEKTRISK GLÄSKLIPPARE MED HJUL GLÄSKLIPPARE ELDREVET ROTORPLÆNEKLIPPER PÅ HJUL CORTACÉSPED ROTATIVO ELÉCTRICO A RUEDAS CORT ROTA MÁQUINA DE CORTAR RELVA ROTATIVA ELÉCTRICA COM RODAS CORT RELV ROTATIVA TOSAERBA ELETTRICO CON RUOTE
A1
A2
B1
B2
C1
C2
D1
D2
D3
E
F
G1
B A
37cm & 42cm
37cm
42cm
G2
H
J1
J2
J3
42cm
K1
K2
K3
CH
CH
CH
L1
L2
L3
M1
M2
M3
N
P1
P2
P3
Q1
3 2 1
Q2 Q3 Q4 Q5
Q6
Q7
R
S
37cm
T
U
V
42cm
Veiligheidsvoorschriften
Let op: In deze handleiding worden verschillende producten beschreven. U dient de handleiding dan ook in zijn geheel grondig door te lezen voor identificatie, montage en het juiste gebruik van de voorzieningen die van toepassing zijn op uw elektrische roterende grasmaaimachine. Deze grasmaaier kan gevaarlijk zijn als hij niet correct gebruikt wordt! Deze gras-maaier kan de operator en andere personen ernstig verwonden. De waarschuwings- en veiligheidsrichtlijnen moeten nagevolgd worden om de noodzake-lijke veiligheid tijdens het gebruik van de grasmaaier te kunnen verzekeren. De gebruiker is verantwoordelijk voor het navolgen van de waarschuwings- en veilig heidsrichtlijnen in deze handleiding en op de grasmaaier. De maaier alleen gebruiken als de door de fabrikant geleverde grasbak of bescherming op zijn plaats is aangebracht. Verklaring van de symbolen op de elektrische roterende grasmaaimachine op wielen. 2. Controleer het snoer vóór gebruik en vervang het indien er sporen van schade of veroudering zijn. 3. Gebruik de grasmaaier niet als de elektrische snoeren beschadigd of versleten zijn. 4. Schakel de netvoeding meteen uit als het snoer doorgesneden is of als het isolatiemateriaal beschadigd is. Raak het elektrisch snoer niet aan voordat de netvoeding uitgeschakeld is. Herstel een doorgesneden of beschadigd snoer niet. Vervang het door een nieuw snoer. 5. Uw verlengsnoer mag geen spiraalsnoer zijn. Spiraalsnoeren kunnen oververhitten en doen de doeltreffendheid van uw maaier afnemen. 6. Houd het snoer uit de buurt van de grasmaaier. Werk steeds van de wandcontact-doos weg. Maai op en neer, nooit in cirkels. 7. Span het snoer niet rond scherpe voorwerpen. 8. Schakel de netvoeding steeds uit voordat u de stekker, de snoerverbinding of het verlengsnoer losmaakt. 9. Schakel uit, haal stekker uit het stopcontact en controleer het elektrisch snoer op sporen van schade of veroudering voordat u het opwindt voor het opbergen. Herstel een beschadigd snoer niet, vervang het door een nieuw snoer. 10. Wind het snoer steeds voorzichtig op, vermijd kinken. 11. Dit product nooit aan de kabel dragen. 12. Trek nooit aan het snoer om de stekker uit het stopcontact te halen. 13. Sluit alleen op AC-netvoeding aan zoals op het etiket wordt vermeld. 14. De producten van Electrolux Outdoor Products zijn dubbel geïsoleerd conform EN60335. Er mag onder geen beding aarding worden aangesloten op enig onderdeel van dit product. Kabels Gebruik uitsluitend kabels van het 1 mm2 formaat met een maximale lengte van 30 meter. Maximale capaciteit: 1 mm2 formaat kabel, 10 ampère, 250 volt wisselstroom 1. De stroom- en verlengkabels are verkrijgbaar bij het plaatselijke goedgekeurde reparatiecentrum van Electrolux Outdoor Products. 2. Gebruik uitsluitend verlengkabels die speciaal zijn bedoeld voor gebruik buiten. Voorbereiding 1. Tijdens het gebruik van dit apparaat altijd degelijke schoenen en een lange broek dragen. 2. Verwijder alle stokken, stenen en beenderen van het te maaien gebied voordat u gaat maaien, want het mes kan dat soort afval tijdens het maaien uitwerpen. 3. Controleer de machine vóór gebruik en na harde schokken altijd op eventuele slijtage en beschadigingen en repareer deze zo nodig. 4. Vervang versleten of beschadigde messen en hun bouten in paren om het evenwicht te bewaren. Gebruik 1. Maai alleen in het daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting. 2. Gebruik uw grasmaaier, indien mogelijk, niet op nat gras. 3. Let steeds op uw voeten wanneer u nat gras maait. 4. Let steeds op uw voeten wanneer u hellingen maait en draag anti-slip schoeisel. 5. Maai dwars over een helling, nooit op en neer. 6. Wees erg voorzichtig bij het veranderen van richting op een helling. Vermijd rennen, wandel.
Waarschuwing
Lees de handleiding voor de gebruiker aandachtig door, zodat u volledig vertrouwd bent met de verschillende bedieningselementen en de werking daarvan. Houd de grasmaaier steeds op de grond tijdens het maaien. De grasmaaier zou stenen kunnen uitwerpen wanneer hij opgeheven of gekanteld wordt. Houd andere personen op een afstand. Maai niet wanneer andere personen, vooral kinderen, of dieren in het maaigebied staan. Schakel de machine uit! Haal de stekker uit het contact alvorens de machine in te stellen, schoon te maken of wanneer het snoer in de war of beschadigd is. Houd het snoer uit de buurt van het mes. Let op voor uw tenen en handen. Plaats handen of voeten niet in de buurt van een roterend mes.
STOP
Het mes blijft nog een tijdje roteren nadat de machine uitgeschakeld werd. Wacht totdat alle machine-onderdelen volledig stilliggen voordat u ze aanraakt.
Maai niet wanneer het regent of laat de machine niet in de regen staan.
Algemeen 1. Laat de maaier nooit gebruikt worden door kinderen of personen die deze handleiding niet gelezen hebben. Het zou kunnen dat plaatselijke voorschriften de leeftijd van de gebruiker beperken. 2. Gebruik de grasmaaier alleen op de manier en voor de doeleinden die in deze handleiding beschreven staan. 3. Gebruik de grasmaaier nooit wanneer u moe of ziek bent, of wanneer u onder de invloed van alcohol, drugs of een geneesmiddel bent. 4. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen of gevaren die andere mensen of hun eigendom treffen. Elektrisch 1. Het gebruik van een reststroomaparaat met een uitschakelstroom van niet meer dan 30 mA wordt aanbevolen. Zelfs met een reststroomaparaat geïnstalleerd kan veiligheid niet 100% gegarandeerd worden. U dient altijd veilige werkmethoden te volgen. Het reststroomaparaat dient voor elk gebruik gecontroleerd te worden.
NEDERLANDS - 1
Veiligheidsvoorschriften
7. Maaien op glooiingen of steile hellingen kan gevaarlijk zijn. Niet maaien op taluds of steile hellingen. 8. Wandel niet achteruit tijdens het maaien want u zou kunnen struikelen. Altijd lopen, nooit rennen. 9. Trek de maaier nooit naar u toe tijdens het maaien. 10. Schakel de maaier uit voordat u hem over oppervlakten, die niet met gras bekleed zijn, voortduwt. 11. Gebruik de maaier nooit zonder dat de afweerkap geplaatst is of als de afweerkap beschadigd is. 12. Houd uw handen en voeten altijd uit de buurt van de snij-inrichting, vooral wanneer u de motor aanzet. 13. Kantel de maaier niet wanneer de motor draait, behalve bij het starten en stoppen. Kantel de maaier in dat geval niet meer dan noodzakelijk en hef alleen die kant van de maaier op die het verst van de operator verwijderd is. Let steeds op dat beide handen in de maaipositie staan voordat de maaier terug op de grond gezet wordt. 14. Uw handen uit de buurt van de uitwerptrechter houden. 15. Hef of draag de maaier nooit terwijl de motor draait of de machine nog aan de netvoeding verbonden is. 16. Haal de stekker uit het stopcontact: als u de machine voor een tijdje alleenlaat; voordat u een verstopping vrijmaakt; voordat u de maaier inspecteert of schoonmaakt of aan de machine gaat werken; nadat de maaier in contact kwam met een vreemd object - Gebruik de maaier niet tenzij u er zeker van bent dat de maaier veilig kan werken; als de maaier abnormaal begint te trillen. Controleer onmiddellijk. Te grote trillingen kan letsel veroorzaken. Onderhouden en opbergen 1. Houd alle moeren, bouten en schroeven goed vast om er zeker van te kunnen zijn dat de maaier veilig kan werken. 2. Controleer de grasbak/graszak regelmatig op slijtage of schade. 3. Vervang versleten of beschadigde onderdelen voor veiligheid. 4. Vervang het mes, de mesbout, de afstandhouder en het rotorblad alleen door onderdelen die voor dit product gespecificeerd zijn. 5. Wees voorzichtig bij het instellen van de grasmaaier zodat uw vingers niet tussen de roterende onderdelen en de vaste onderdelen van de machine geklemd raken.
De wielen monteren (waar nodig)
1. Kies in welk van de gaten in de montageplaat u de wielen wilt monteren en geef de positie hiervan aan, zodat alle wielen in gelijke positie kunnen worden afgesteld (A1). 2. Plaats de bevestigingsbout door het gat in de wieldop en het wiel in het gekozen gat in de montageplaat. 3. Draai de wieldop rechtsom totdat het gehele wiel stevig en veilig vastzit (A2).
Onderste Handgrepen
Onderste handgrepen - 37cm (B1, B2) 1. Steek de 2 schroeven in de gaten in de handgrepen. 2. Zet de schroeven met een Pozidriveschroevendraaier in de onderste handgrepen vast en zorg er hierbij voor dat de punt van de schroef niet uit de handgreep steekt. (B1) 3. Steek de onderste handgrepen, compleet met de bevestigde schroeven, in het deck en zet de schroeven helemaal vast. (B2) Opmerking: de schroef maakt zijn eigen schroefdraad. Onderste handgrepen - 42cm (C1,C2) 1. Als uw product is voorzien van afstelhendel voor snijhoogte, moet de hendel in de hoogste stand staan voordat u stap 2 & 3 gaat uitvoeren. 2. Steek de uiteinden van de onderste handgreep in het deck, zoals geïllustreerd in afbeelding C1. 3. Duw beide zijden van de handgreep stevig in het deck op hun plaats (C2). 4. Steek de schroef door de ring en in het daarvoor bestemde gat en draai deze met een Pozidrive-schroevendraaier in het deck vast, zoals geïllustreerd in afbeelding C2.
Bovenste handgrepen
1. Het bovenste deel van de handgreep wordt aan het onderste deel vastgemaakt met gebruik van één van de drie mogelijke, bijgeleverde sets, zoals getoond in figuur D1, D2 en D3. 2. Bevestig de kabels met de meegeleverde kabelklemmen aan de handgrepen en zorg dat de kabels niet klem komen te zitten tussen de bovenste en de onderste handgreep.
Montage van grasopvangbak
Montage van grasopvangbak - 37cm 1. Steek de handgreep van de grasbak in de bovenkant van een van de helften van de grasbak. Druk deze stevig naar beneden en naar voren, totdat de handgreep op zijn plaats klikt (E). 2. Draai de helft van de grasbak om, steek de schroef in het gat (zoals geïllustreerd in Afbeelding E) en draai deze helemaal vast. 3. Het bovenste deel van grasvangbak in het onderste deel plaatsen (F). Clips op een lijn brengen en zorgen dat alle clips op de juiste plaats zitten. 4. De twee helften ineen klemmen. 5. Zeker stellen dat alle clips goed vast zitten. Montage van grasopvangbak - 42cm 1. Steek de handgreep van de grasbak in de bovenkant van een van de helften van de grasbak. Druk deze stevig naar beneden en naar voren, totdat de handgreep op zijn plaats klikt (E). 2. Draai de helft van de grasbak om, steek de schroef in het gat (zoals geïllustreerd in Afbeelding E) en draai deze helemaal vast. 3. Plaats de twee helften van de grasopvangbak tegen elkaar en druk elk locatiepunt (G1-A) op zijn plaats zonder de klemmen helemaal vast te zetten. Pas wanneer de locatiepunten in de juiste stand staan, drukt u de grasopvangbak stevig samen totdat alle klemmen stevig vastzitten. (G1-B, G2) 37cm, 42cm 1. Voordat u de grasbak op uw maaier monteert, dient u de veiligheidsklep (H) op te lichten en te controleren of de grasuitworp vrij is van gras en ander vuil. 2. Zet de geheel gemonteerde grasopvangbak op de twee montagepunten aan de achterkant van het dek (H). 3. Plaats de veiligheidsklep op de bovenkant van de grasbak. Controleer, dat de grasbak goed vastzit. * Voor verwijderen volgt u de instructies in omgekeerde volgorde. · Opgelet:- Overtuig u ervan dat er geen opening tussen de beschermingsklep en de grasbak is. · Indien grasopvang niet noodzakelijk is kunt u ook gebruik maken van de grasmaaier zonder de grasbak. Zorg ervoor dat de beschermingsklep volledig gesloten is.
NEDERLANDS - 2
Kabelklem
Kabelklem (J1, J2, J3) 1. Bevestig de kabelklem boven de schakelaar (J1). 2. Leg een lus in de hoofdkabel en duw deze lus door de klem (J2). 3. Voer de lus nu over de haak en trek de kabel terug door de klem, zodat de kabel vast komt te zitten (J3). Kabelklem (K1, K2, K3) 1. Verbind de contrastekker van het verlengsnoer met de achterkant van de schakeldoos. (K1) 2. Maak een lus in het elektrisch snoer en duw de lus door de gleuf, zoals aangegeven in tekening (K2). 3. Om het snoer vast te maken, dient u de lus over de haak te plaatsen en het snoer opnieuw door de gleuf te trekken zoals aangegeven in figuur (K3).
Starten en stoppen
De schakeldoos is voorzien van een vergrendelingsknop waarmee wordt voorkomen dat de machine per ongeluk gestart wordt. Uw grasmaaier starten (L1, L2, L3) 1 ...