Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
Handelsmerken Alle merk- en productnamen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de respectievelijke bedrijven. Opmerking De informatie in deze handleiding is onderhevig aan wijzigingen zonder kennisgeving.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .................................................................................... i 1 Aan de slag ................................................................................... 3
1.1 Kennismaken met de hardwarefuncties ...........................................3 Onderdelen op de voorzijde.............................................................3 Onderdelen op de achterzijde..........................................................4 Onderdelen aan de bovenzijde ........................................................4 Onderdelen aan de onderzijde.........................................................5 1.2 De eerste keer opstarten .................................................................5 1.3 De batterij opladen via de USB-kabel ..............................................5 1.4 Het apparaat in een voertuig gebruiken ...........................................6 De autohouder gebruiken ................................................................7 De autovoedingskabel aansluiten ....................................................7 1.5 Basisvaardigheden ..........................................................................8 Het apparaat in- en uitschakelen .....................................................8 1.6 Een SD-kaart gebruiken ..................................................................9
2
Problemen oplossen en onderhoud......................................... 10
2.1 Een reset uitvoeren van uw systeem ............................................. 10 2.2 Problemen oplossen...................................................................... 10 Problemen met de voeding ............................................................ 10 Problemen met het scherm............................................................ 11 Problemen met de aansluiting ....................................................... 11 2.3 Uw apparaat onderhouden ............................................................ 11
3
Reglementeringsinformatie ....................................................... 13
3.1 Regelgevingverklaringen ............................................................... 13 Europese mededeling ................................................................... 13 3.2 Veiligheidsmaatregelen ................................................................. 16 Over het opladen........................................................................... 16 Over de batterij ............................................................................. 16 3.3 Vernietiging van oude elektrische apparaten ................................. 17
i
4
Beperkte Garantie ...................................................................... 18
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 GARANT ....................................................................................... 18 WAT ONDER DE DEKKING VAN DEZE GARANTIE VALT ........... 18 WAT NIET ONDER DE DEKKING VAN DEZE GARANTIE VALT .. 18 HOE U AANSPRAAK KUNT MAKEN OP DE GARANTIE .............. 19 UW RECHTEN.............................................................................. 19 BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID ............................................. 20
ii
1
Aan de slag
1.1 Kennismaken met de hardwarefuncties
OPMERKING: Afhankelijk van het gekochte model, kan de kleur van het apparaat afwijken van de afbeeldingen in deze handleiding.
Onderdelen op de voorzijde
Ref
Onderdeel
Beschrijving
Aanraakscherm Geeft de uitvoer van het apparaat weer. Tik met de top van uw vinger op het scherm om menuopdrachten te selecteren of informatie in te voeren.
3
Laadindicator
Het oranje lampje brandt om aan te geven dat de batterij wordt opgeladen en het groene lampje brandt zodra de batterij volledig is opgeladen.
Onderdelen op de achterzijde
Ref
Onderdeel Houder SD Sleuf
Beschrijving Wordt aangesloten op de autohouder. Accepteert SD (Secure Digital) geheugenkaarten.
Onderdelen aan de bovenzijde
Ref
Onderdeel Aan/Uit schakelaar
Beschrijving Schakelt het apparaat in en uit.
4
Onderdelen aan de onderzijde
Ref
Onderdeel Carkit Connector Resetknop Mini-USBaansluiting
Beschrijving Voor aansluiting van uw apparaat op de optionele Carkit Start het apparaat opnieuw op. Voor aansluiting op de lader of USB-kabel.
1.2 De eerste keer opstarten
1. Zorg dat uw apparaat van stroom is voorzien (zie volgende sectie). 2. Om het apparaat op te starten, schuif de aan/uit schakelaar naar "aan".
1.3 De batterij opladen via de USB-kabel
Als u de batterij voor de eerste keer oplaadt, moet u het minstens gedurende 4 uur opladen. 1. Schakel de computer in.
5
2. Sluit het mini-uiteinde van de USB-kabel aan op de onderkant van uw apparaat en het andere uiteinde op de USB-poort van de computer.
Het oranje lampje van de laadindicator brandt tijdens het opladen. Koppel het apparaat niet los tot de batterij volledig is opgeladen wanneer de laadindicator groen oplicht. Het opladen kan enige uren duren.
OPMERKING: let op het volgende voor een optimale prestatie van de lithiumbatterij: Laad de batterij niet op bij een hoge temperatuur (bijv. in direct zonlicht). U hoeft de batterij niet eerst volledig te ontladen voordat u begint met het opladen. U kunt de batterij opladen voordat deze leeg is. Als u het product gedurende langere tijd niet zult gebruiken, moet u de batterij minstens elke twee weken volledig opladen. Het overladen van de batterij kan de laadprestatie beïnvloeden.
1.4 Het apparaat in een voertuig gebruiken
Uw apparaat wordt autovoedingskabel. geleverd met een autohouder en een
6
De autohouder gebruiken
OPGELET: Kies een geschikte plaats voor de autohouder. Plaats de houder nooit op een locatie waar het gezichtsveld van de chauffeur wordt geblokkeerd.
Gebruik de autohouder om het apparaat dicht bij de voorruit te monteren.
De autovoedingskabel aansluiten
De autovoedingskabel levert stroom aan uw apparaat, wordt de voeding geleverd door de autolader.
OPGELET: om uw apparaat te beschermen tegen onvoorziene stroompieken, mag u de autovoedingskabel pas aansluiten nadat de motor van de auto is gestart.
7
1. Sluit het ene uiteinde van de autovoedingskabel aan op de mini-USB-aansluiting van uw apparaat. 2. Sluit het andere uiteinde aan op de sigarettenaansteker in de auto om stroom te leveren aan uw apparaat.
1.5 Basisvaardigheden
Het apparaat in- en uitschakelen
Schuif de aan/uit schakelaar naar "aan" of "uit" om uw apparaat aan of uit te schakelen. Wanneer u het apparaat uitschakelt dan gaat het in stand-by mode en stopt het met functioneren. Wanneer u het apparaat weer aanschakelt dan vervolgt het zijn werking.
8
1.6 Een SD-kaart gebruiken
Uw apparaat is voorzien van een SD-sleuf waarin u een optionele SD-geheugenkaart kunt plaatsen. Om een SD-kaart te gebruiken, plaatst u de kaart in de sleuf met de connector naar de sleuf en het label naar de voorkant van het apparaat gericht. Als u een kaart wilt verwijderen, moet u eerst controleren of er geen toepassingen gebruik maken van de kaart. Duw vervolgens voorzichtig op de bovenste rand van de kaart om deze te ontgrendelen en trek de kaart uit de sleuf.
OPMERKING: Zorg ervoor dat er geen vreemde objecten in de sleuf terechtkomen. Bewaar een SD-kaart in een goed beschermde doos om stof en vocht te vermijden als u de kaart niet gebruikt.
9
2
Problemen oplossen en Problemen oplossen en onderhoud onderhoud
2.1 Een reset uitvoeren van uw systeem
In sommige gevallen zal het nodig zijn een reset uit te voeren van uw apparaat. U zult bijvoorbeeld een reset van uw systeem moeten uitvoeren als het apparaat niet meer reageert en het lijkt alsof het "bevroren" of "geblokkeerd" is. Gebruik een dun staafje, zoals een rechtgemaakte paperclip, om op de resetknop van uw apparaat te drukken.
2.2 Problemen oplossen
Problemen met de voeding
De voeding wordt niet batterijvermogen wordt gebruikt. ingeschakeld wanneer
Het resterende batterijvermogen is mogelijk te laag om voeding te leveren aan uw apparaat. De batterij opladen.
10
Problemen met het scherm
Het scherm reageert traag
Controleer of de batterij in uw apparaat niet leeg is. Als het probleem blijft bestaan, dient u een reset van uw systeem uit te voeren.
Het scherm bevriest
Voer een reset uit van uw systeem.
Het scherm is moeilijk te lezen
Controleer of de achtergrondverlichting van het beeldscherm is ingeschakeld en pas, indien nodig, de helderheid aan.
Onnauwkeurige reactie op tikken
Kalibreer het aanraakscherm.
Problemen met de aansluiting
Problemen met de kabelaansluitingen
Zorg ervoor dat uw apparaat en uw computer allebei zijn ingeschakeld voordat u de verbinding maakt. Controleer of de kabel stevig op de USB-poort van de computer is aangesloten. Sluit de USB-kabel rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub. Voer een reset uit van uw apparaat voordat u de kabel aansluit. Koppel uw apparaat altijd los voordat u de computer opnieuw opstart.
2.3 Uw apparaat onderhouden
Door het apparaat goed te onderhouden, verzekert u een probleemloze werking en vermindert u het risico op schade. Houd het apparaat uit de buurt van overmatig vocht en extreme temperaturen.
11
Stel het apparaat niet gedurende langere perioden bloot aan direct zonlicht of sterk ultraviolet licht. Plaats geen voorwerpen op het apparaat of laat er geen voorwerpen op vallen. Laat het apparaat niet vallen en stel het niet bloot aan heftige schokken. Stel het apparaat niet bloot aan plotselinge en grote temperatuurschommelingen. Hierdoor kan vochtcondensatie ontstaan aan de binnenkant van het apparaat. Dit kan het apparaat beschadigen. Als er toch condensatie zou worden gevormd, moet u het apparaat volledig laten drogen. Zorg ervoor dat u niet op het apparaat gaat zitten als u het bijvoorbeeld in de achterzak van uw broek, enz. hebt gestopt. Het schermoppervlak kan gemakkelijk krassen oplopen. Zorg dat u het niet aanraakt met scherpe objecten. U kunt een niet-klevende generieke schermbeveiliging die specifiek voor het gebruik op draagbare apparaten met LCD-schermen gebruiken om het scherm te beschermen tegen kleine krassen. Reinig uw apparaat niet terwijl het is ingeschakeld. Gebruik een zachte, niet-pluizende doek die met water is bevochtigd om het scherm en de buitenkant van het apparaat schoon te vegen. Gebruik geen papieren zakdoekjes om het scherm schoon te maken. Probeer nooit het apparaat te demonteren, te repareren of wijzigingen aan het apparaat aan te brengen. Elke poging tot demontage, wijziging of reparatie kan schade aan het apparaat en lichamelijk letsel veroorzaken. Bewaar of draag geen ontvlambare vloeistoffen, gassen of explosieve materialen in hetzelfde compartiment als uw apparaat, zijn onderdelen of toebehoren.
12
3
Reglementeringsinformatie
OPMERKING: Markeeretiketten op uw apparaat geven de regelgeving aan waaraan uw model voldoet. Controleer de etiketten op uw apparaat en raadpleeg de bijbehorende verklaringen in dit hoofdstuk. Sommige opmerkingen gelden alleen voor specifieke modellen
3.1 Regelgevingverklaringen
Europese mededeling
Producten met de CE-markering voldoen aan de Richtlijn voor eindapparatuur voor radio & telecommunicatie (R&TTE) (1999/5/EEG), de Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit (2004/108/EEC) en de Richtlijn voor Laagspanning (73/23/EEG) Â zoals gewijzigd door Richtlijn 93/68/ECC Â bepaald door de Commissie van de Europese Gemeenschap. De naleving van deze richtlijnen impliceren de conformiteit met de volgende Europese standaarden: EN 300 328 V1.6.1: 2004: Electromagnetic compatibility and Radio spectrum Matters (ERM);Wideband Transmission systems; Data transmission equipment operating in the 2,4 GHz ISM band and using spread spectrum modulation techniques; Harmonized EN covering essential requirements under article 3.2 of the R&TTE Directive EN 50371: 2002: Generic Standard to Demonstrate the Compliance of Low Power Electronic and Electrical Apparatus with the Basic Restrictions Related to Human Exposure to Electromagnetic Fields (10 MHz - 300 GHz) - General Public EN 301 489-1 V1.6.1 2005-09: Electromagnetic compatibility and Radio spectrum Matters (ERM);ElectroMagnetic Compatibility (EMC) standard
13
for radio equipment and services; Part 1: Common technical requirements EN 301 357-2: Electromagnetic compatibility and Radio spectrum Matters (ERM);Cordless audio devices in the range 25 MHz to 2 000 MHz; Part 2: Harmonized EN covering essential requirements of article 3.2 of the R&TTE Directive EN 301 489-17 V1.2.1 2002-08: Electromagnetic compatibility and Radio spectrum Matters (ERM);ElectroMagnetic Compatibility (EMC) standard for radio equipment; Part 17: Specific conditions for 2,4 GHz wideband transmission systems,5 GHz high performance RLAN equipment and 5,8 GHz Broadband Data Transmittin ...