Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
GEBRUIKSAANWIJZING (voor printer en scanner)
DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM
Pagina
· INLEIDING .............................1 · INHOUD .................................2 · AFDRUKKEN.........................3 · PRINTER DELEN.................11 · SCANNEN............................15 · PROGRAMMA'S VOOR DE HOOFDOPERATOR ............26 · PROBLEMEN OPLOSSEN....28 · TECHNISCHE GEGEVENS ....32
INLEIDING
Deze handleiding beschrijft de printer- en scannerfuncties van het digitaal multifunctioneel systeem.
Opmerking
· Voor informatie over het laden van papier, vervangen van tonercartridges, oplossen van papierstoringen, gebruiken van randapparatuur en andere kopieerfuncties, verwijzen we u naar de "Gebruiksaanwijzing (voor akgemene informatie en kopieermachine)" die bij het apparaat is geleverd. · Voor informatie over het installeren van de stuurprogramma's en software die in deze handleiding wordt genoemd, verwijzen we u naar de afzonderlijke "Software-installatiegids". · Zie voor informatie betreffende het besturingssysteem, de handleiding van uw besturingssysteem of de on-line Helpfunctie. · De schermafdrukken en procedures die in deze handleiding voorkomen zijn hoofdzakelijk bedoeld voor Windows XP. De schermafdrukken in andere versies van Windows kunnen afwijken van die in uw handleiding. · In deze handleiding verwijst "RSPF" naar de Zelfomkerende eenmalig doorvoerende origineelinvoer en "SPF" naar de Eenmalig doorvoerende origineelinvoer. Tenzij uitdrukkelijk vermeld, verwijst "SPF" zowel naar de RSPF als de SPF. · Waar "AR-XXXX" verschijnt in deze handleiding, vervang "XXXX" door de naam van uw model. · In sommige regio's is het "Handboek voor de hoofdoperator" dat wordt genoemd in deze gids een losse handleiding, terwijl het handboek in andere regio's deel uitmaakt van de "Gebruiksaanwijzing (voor akgemene informatie en kopieermachine)". · Het in de handleiding genoemde "Tweevoudige functieboard" is op sommige modellen als optie geïnstalleerd en op andere modellen standaard voorgeïnstalleerd. Zie voor meer informatie "3. RANDAPPARATUUR EN SUPPLIES" in de "Gebruiksaanwijzing (voor akgemene informatie en kopieermachine)".
Handelsmerkinformatie
· Sharpdesk is een handelsmerk van Sharp Corporation. · Microsoft®, Windows®, Windows® 95, Windows® 98, Windows® Me, Windows NT® 4.0, Windows® 2000, Windows® XP en Internet Explorer® zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. · IBM, PC/AT en PowerPC zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation. · Acrobat® Reader Copyright © 1987-2002 Adobe Systems Incorporated. Alle rechten voorbehouden. Adobe, het Adobe logo, Acrobat en het Acrobat-logo zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. · Alle andere handelsmerken en auteursrechten behoren toe aan hun desbetreffende eigenaren.
De schermafbeeldingen, berichten en toetsbenamingen uit deze handleiding kunnen afwijken van die van het apparaat vanwege productverbeteringen- en aanpassingen.
1
INHOUD
INLEIDING ................................................................................................................................................. 1
1
AFDRUKKEN
3
SCANNEN
STANDAARD AFDRUKKEN ............................. 3
G ALS DE PAPIERLADE OPRAAKT TIJDENS HET AFDRUKKEN............................................4 G EEN AFDRUKTAAK ONDERBREKEN.............4 G ALS "PAPIERINVOERBRON" STAAT INGESTELD OP [AUTOMATISHE KEUZE] .........4 G WAARIN [HANDINVOER] VERSCHILT VAN [BYPASS HANDMATIG] BIJ HET INSTELLEN VAN DE "PAPIERINVOERBRON" ......................4
SCANOVERZICHT .......................................... 15 SCANNEN VANUIT EEN TWAIN-COMPATIBELE TOEPASSING.......... 16
G INSTELLINGEN SCANNERSTUURPROGRAMMA ................. 18
SCANNEN VANUIT EEN WIA-COMPATIBELE TOEPASSING (WINDOWS XP) ...................... 20 SCANNEN VIA DE "WIZARD SCANNER EN CAMERA" (WINDOWS XP)............................. 21 SCANNEN VIA DE TOETSEN OP HET APPARAAT ..................................................... 23 BUTTON MANAGER....................................... 24
G INSTELLINGEN BUTTON MANAGER .......... 25
HET PRINTERDRIVER-PROGRAMMA OPENEN MET DE [START] KNOP ................... 5 INSTELLINGEN PRINTERDRIVER................... 6
G DUBBELZIJDIG AFDRUKKEN (ALLEEN VOOR MODELLEN DIE DUBBELZIJDIG AFDRUKKEN ONDERSTEUNEN)...........................................7 G MEERDERE PAGINA'S OP EEN PAGINA AFDRUKKEN....................................................7 G DE AFDRUK AANPASSEN AAN HET PAPIER .......8 G HET AFDRUKBEELD 180 GRADEN DRAAIEN ......9 G EEN WATERMERK AFDRUKKEN ...................9
4 5 6
PROGRAMMA'S VOOR DE HOOFDOPERATOR
OVERZICHT VAN HET VENSTER AFDRUKSTATUS ............................................ 10
LIJST HOOFDOPERATORPROGRAMMA'S ..... 26 WERKEN MET DE HOOFDOPERATORPROGRAMMA'S ............ 27
PROBLEMEN OPLOSSEN
2
PRINTER DELEN
PROBLEMEN OPLOSSEN ............................. 28
G AFDRUKPROBLEMEN.................................. 28 G SCANPROBLEMEN ...................................... 30
PRINTER DELEN MET BEHULP VAN WINDOWS NETWORKING ............................. 11
G INSTELLINGEN GEDEELDE PRINTER.........12 G INSTELLINGEN CLIENT ................................13
TECHNISCHE GEGEVENS
2
1
Opmerking
AFDRUKKEN
In dit hoofdstuk wordt de standaard procedure voor het afdrukken uitgelegd en het selecteren van instellingen van de printerdriver voor verschillende doeleinden.
· De mogelijke papiersoorten en de procedures om papier bij te vullen zijn hetzelfde als bij het kopiëren. Zie de "Gebruiksaanwijzing (voor akgemene informatie en kopieermachine)".
Indien de tweevoudige functieboard is geïnstalleerd
· Voordat u het apparaat in USB 2.0 hi-speedfunctie gebruikt, lees "USB2.0-MODUS" en "Systeemeisen voor USB 2.0 (Hi-Speedfunctie)" in het "Handboek voor de hoofoperator".
STANDAARD AFDRUKKEN
In het volgende voorbeeld wordt uitgelegd hoe u een document kunt printen vanuit WordPad. Kijk voordat u gaat printen of het voor uw document juiste formaat papier in het apparaat is geladen.
1
Kijk of het ON LINE-indicatielampje op het bedieningspaneel brandt.
3
Kies [Afdrukken] in het menu [Bestand] van de toepassing.
Het dialoogvenster "Afdrukken" verschijnt.
Brandt het ON LINE-indicatielampje niet, schakel de printerfunctie dan in door op de toets [PRINT] te drukken en druk vervolgens op de toets [ ] om "Online" te selecteren.
KOPIEËN ON LINE DATA PRINT
Gereed v. printen Online Offline
SCANNEN
4
De status van de printerfunctie wordt aangegeven door de indicatielampjes ON LINE en DATA boven de toets [PRINT]. ON LINE-indicatie Het apparaat is online. Afdrukken is mogelijk. Er wordt een afdruktaak geannuleerd. Het apparaat is offline. Afdrukken is niet mogelijk. DATA-indicatie Het geheugen bevat te printen gegevens die nog niet zijn afgedrukt. Er wordt geprint of er worden gegevens ontvangen. Het geheugen bevat of ontvangt geen te printen gegevens.
Kijk of de "SHARP AR-XXXX" wel is geselecteerd als printer. Klik op de knop [Voorkeursinstellingen] als u afdrukinstellingen wilt wijzigen (in Windows 95/98/Me/NT 4.0 is dat de knop [Eigenschappen]).
Het instelscherm voor de printerdriver verschijnt nu.
Brandt
Knippert
Uit
In Windows 2000 zult u de knop [Voorkeursinstellingen] niet zien in dit dialoogvenster. Selecteer de gewenste instellingen op elk van de tabbladen in het instelscherm.
INSTELLINGEN PRINTERDRIVER (pagina 6), DUBBELZIJDIG AFDRUKKEN (ALLEEN VOOR MODELLEN DIE DUBBELZIJDIG AFDRUKKEN ONDERSTEUNEN) (pagina 7), MEERDERE PAGINA'S OP EEN PAGINA AFDRUKKEN (pagina 7), DE AFDRUK AANPASSEN AAN HET PAPIER (pagina 8), HET AFDRUKBEELD 180 GRADEN DRAAIEN (pagina 9), EEN WATERMERK AFDRUKKEN (pagina 9)
2
Start WordPad en open het document dat u wilt afdrukken.
3
AFDRUKKEN
5
Klik op de knop [Afdrukken] ([OK] knop in Windows 95/98/Me/NT 4.0).
Het printen begint. Wanneer het printen begint, opent het Afdrukstatusvenster automatisch.
OVERZICHT VAN HET VENSTER AFDRUKSTATUS (pagina 10)
Opmerking
Indien de taakscheidingslade is geïnstalleerd
U kunt de uitvoerlade kiezen wanneer u gaat printen en de afdrukinstellingen selecteert. U kunt een andere lade kiezen door de gewenste lade te selecteren in "Uitvoer" op het tabblad [Papier] van het instelscherm van de printerdriver.
De afdrukopdracht wordt naar de uitvoerlade gestuurd met het papier op een iets andere positie dan bij de vorige opdracht (offset-functie).
ALS DE PAPIERLADE OPRAAKT TIJDENS HET AFDRUKKEN
Vul papier bij in de lege lade of in de handinvoerlade. Als u papier bijvult in de handinvoerlade, druk dan op de toets [PRINT] op het apparaat om de printerfunctie te activeren en selecteer "Handinvoer". Het printen wordt vervolgd. Houd er rekening mee dat indien de instelling "LADE AUTOMATISCH OMSCHAKELEN" is geselecteerd bij "INGEST PAP FORM" (te openen door op de toets [SPECIALE FUNCTIE] te drukken) en er in een andere lade papier van hetzelfde formaat ligt, het apparaat automatisch overschakelt naar de andere lade en doorgaat met afdrukken.
EEN AFDRUKTAAK ONDERBREKEN
U onderbreekt een afdruktaak door op de toets [PRINT] op het apparaat te drukken om de printerfunctie te activeren en vervolgens "Offline" te selecteren met de toets [ ]. Het apparaat onderbreekt de afdruktaak en gaat offline. · U annuleert een afdruktaak door op de [C] toets ( ) te drukken. · U vervolgt het printen door met de [ ] toets "ONLINE" te selecteren.
ALS "PAPIERINVOERBRON" STAAT INGESTELD OP [AUTOMATISHE KEUZE]
Als "Papierinvoerbron" is ingesteld op [Automatishe keuze] in het tabblad [Papier] van het instelscherm van de printerdriver en er geen papier van het juiste papierformaat is geladen in het apparaat, dan hangt de afdrukprocedure af van de instelling "PRINTUITVOER FORCEREN" (pagina 26) in de programma's voor de hoofdoperator.
Wanneer "PRINTUITVOER FORCEREN" is uitgeschakeld
Vul papier bij in de handinvoerlade, druk op de toets [PRINT] op het apparaat om de printerfunctie te activeren en selecteer "Handinvoer". Het printen wordt vervolgd.
Wanneer "PRINTUITVOER FORCEREN" is ingeschakeld
Het papier dat het formaat het beste benadert, in een andere lade dan de handinvoerlade, wordt voor het printen gebruikt.
Opmerking
Indien de tweevoudige functieboard is geïnstalleerd
· Als de oriëntatie van het papier afwijkt van het afdrukbeeld, wordt de afdruk automatisch 90 graden gedraaid en aangepast aan het papier. (Behalve bij de handinvoerlade.)
Indien de tweevoudige functieboard niet is geïnstalleerd
· Verzeker u ervan dat u het papierformaat instelt voor iedere lade bij "Ladestatus instellen" op het tabblad "Configuratie" van het instelscherm van de printerdriver. (Zie "PRINTERSTUURPROGRAMMA CONFIGUREREN" in "3. PROBLEMEN OPLOSSEN EN NUTTIGE INFORMATIE" in de "Software-installatiegids". Zorg er bij het afdrukken voor dat u een lade niet instelt op "Automatishe keuze" bij "Papierinvoerbron" op het tabblad "Papier" van het instelscherm van de printerdriver.
WAARIN [HANDINVOER] VERSCHILT VAN [BYPASS HANDMATIG] BIJ HET INSTELLEN VAN DE "PAPIERINVOERBRON"
U kunt kiezen uit twee handinvoerwijzen bij "Papierinvoerbron" op het tabblad [Papier] van het instelscherm van de printerdriver: · Indien [Handinvoer] is geselecteerd, wordt automatisch geprint op papier in de handinvoerlade. · Indien [Bypass Handmatig] is geselecteerd, wordt de afdruktaak pas uitgevoerd wanneer er papier wordt ingebracht in de handinvoerlade. Zit er al papier in de handinvoerlade, verwijder dit dan en voer het opnieuw in om het printen te starten.
4
HET PRINTERDRIVER-PROGRAMMA OPENEN MET DE [START] KNOP
Volg onderstaande stappen om de instellingen voor de printerdriver te wijzigen. Instellingen die aldus zijn aangepast, gelden als de standaardinstellingen wanneer u vanuit een toepassing print. (Als u de instellingen in het instelscherm voor de printerdriver wijzigt wanneer u gaat printen, worden de standaardinstellingen weer van kracht wanneer u de toepassing verlaat.)
Windows 2000/XP
Windows 95/98/Me/NT 4.0
1 2 3
Klik op [start] en kies vervolgens [Configuratiescherm].
Klik in Windows 2000 op de toets [Start] en selecteer vervolgens [Instellingen].
1 2
Klik op de toets [Start], selecteer [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers]. Klik op het pictogram van de [SHARP AR-XXXX] printerdriver en selecteer [Eigenschappen] in het menu [Bestand].
1
Klik [Printers en andere hardware] en dan [Printers en faxapparaten].
Klik in Windows 2000 op [Printers].
Klik op het pictogram van de [SHARP AR-XXXX] printerdriver en selecteer [Eigenschappen] in het menu [Bestand].
Open in Windows NT 4.0 het instelscherm printerdriver door [Standinstellingen voor document] te selecteren.
Opmerking
3 4
Klik op de toets [Voorkeursinstellingen] in het tabblad [Algemeen].
Het instelscherm voor de printerdriver verschijnt nu.
INSTELLINGEN PRINTERDRIVER (pagina 6)
Klik in Windows 95/98/Me op het tabblad [Instellen ...