Uitgebreide gebruiksaanwijzingen staan in de gebruikershandleiding.
NEDERLANDS
Algemene waarschuwingen en adviezen
Het is uiterst belangrijk dat het bij het apparaat behorende instruktieboekje bewaard blijft. Zou het apparaat door u aan iemand anders gegeven of worden verkocht, of zou het apparaat in het huis van waaruit u verhuist achterblijven, dan dient de nieuwe gebruik(st)er over het instruktieboekje en de daarin opgenomen waarschuwingen te kunnen beschikken. Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen te hebben, alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt.
·
Dit apparaat is bedoeld voor het gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om kinderen het apparaat te laten bedienen of als speelgoed te laten gebruiken. Dit toestel werd enkel ontworpen voor culinaire niet professionele toepassingen en mag voor geen andere doeleinden gebruikt worden. Het is gevaarlijk om, in welke vorm dan ook, dit apparaat of eigenschappen daarvan te veranderen. Om hygienische- en veiligheidsredenen moet het apparaat altijd schoon worden gehouden. Vet- en/of voedselresten kunnen brand veroorzaken. Houd tijdens het in gebruik zijn van de kookplat kinderen uit de buurt. Ook na het uitzetten blijft het apparaat lang heet. Let op dat kinderen de warme delen niet aanraken tijdens het afkoelen. Tracht in geen geval een storing of een defect zelf te repareren. Reparaties welke niet door deskundige personen worden uitgevoerd, kunnen tot schade of letsel leiden. Controleer steeds dat de bedieningsknoppen in de "UIT" stand staan, als de kookplat niet meer wordt gebruikt. Mocht er in de buurt van de kookplat een stopcontact zijn, waarop af en toe een ander huishoudelijk apparaat wordt aangesloten, zorg er dan coor, dat het snoer niet contact komt met hete delen van de kookplat. Als de kookplat niet wordt gebruik, trek dan de steker van de vonkontsteking uit het stopcontact.
·
Het installeren en aansluiten van het apparaat dient door een erkend vakman, bekend met de daarvoor geldende voorschriften, aangesloten te worden. Trek altijd de steker van de vonkontsteking altijd uit het stopcontact bij het schoonmaken en onderhoud van de kookplaat. Zorg altijd voor voldoende ventilatie. Gebrek aan ventilatie kan gebrek aan zuurstof veroorzaken. Sluit het apparaat aan op het juiste type gas, zoals vermeldt op de sticker naast de gasaansluiting van de kookplaat. Tijdens het gebruik produceert de kookplat warmte en vocht. Zeker tijdens een langdurig gebruik. Zet dan een raam open of zorg voor een goede ventilatie door een afzuigkap te plaatsen of door een raam open te zetten. Controleer het apparaat na het uitpakken op beschadigingen. Controleer het elektrische snoer op beschadigingen. Mocht dat het geval zijn, neem dan contact op met uw leverancier. De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid ten aanzien van schade of letsel af, indien bovenstaande veiligheidsmaatregelen niet werden getroffen of in acht genomen.
·
·
· ·
· ·
·
·
·
·
·
·
·
·
FABRIKANT: ELECTROLUX ZANUSSI ELETTRODOMESTICI S.p.A. Viale Bologna 298 - 47100 FORLI' (Italia)
Het apparaat is geproduceerd in overeenstemming met de volgende EEG-richlijnen: 73/23 - 90/683 - 89/336 - 90/396 - 93/68 en de daarbij behorende besluiten.
Deze instructies gelden enkel voor de landen waarvan het indentificatiesymbool is aangebracht op het titelblad van het instructieboekje en het apparaat zelf.
11
Inhoud
1. Aanwijzingen voor de gebruiker .. blz. 2. Onderhoud ...................................... blz. 3. Technische kenmerken ................. blz.. 4. Aanwijzingen voor de installateur blz. 12 13 14 14 5. Elektrische aansluiting ................... blz. 6. Aanpassing aan verschillend gastype ............................................ blz. 7. Inbouw ............................................ blz. Garantiebepalingen ....................... blz. 15
16 17 19
1. Aanwijzingen voor de gebruiker
BEDIENINGSKNOPPEN De bedieningsknoppen van de branders hebben drie standen: l gesloten - uit maximale gastoever minimale gastoever HET AANSTEKEN VAN DE BRANDERS · Ontsteek altijd de brander voordat U er een pan opzet. Wees voorzichting met het bakken wanneer u olie of andere vetstoffen gebruikt (zoals bij het frituren). Olie en vet ontbranden gemakkelijk bij oververhitting.
Druk de knop van de te gebruiken brander geheel in en zet hem op de grote stand door naar links te draaien, druk vervolgens de vonkontstekingknop in, zal de betreffende brander aangaan. Maar houdt vervolgens de knop nog 5 seconden geheel ingedrukt. Dat is nodig om de vlambeveiliging (Fig. 1 - D) in te schakelen. De vlam beveiliging voorkomt, dat het gas blijft doorstromen, als de vlam uitwaait of uitgaat door een storing in het gasnet. Zet vervolgens de knop in de gewenste stand. Bij de grote brander kunt u eventueel ook doordraaien naar de kleine stand. De vonkontsteking zal ook als de brander aan is nog een paar maal navonken. Dat is normal. Mocht na verschillende pogingen de brander niet aan gaan, controleer dan of de vlamverdeler en de branderdeksel (Fig. 1 - A - B) goed op hun plaats liggen. Om de brander uit te zetten draait u de knop naar rechts op de UIT "l" stand. · Zet altijd eerst de brander op de uitstand voordat u de pan van het gas neemt. OPTIMAAL RENDEMENT Voor en optimaal rendement moet de diameter van de pan aangepast zijn aan de brander, zodat de vlammen niet langs de zijkant uitslaan. Wij adviseren ook om de vlam lager te zetten zodra het kookpunt bereikt is.
Fig. 1
FO 0204
Tabel van de minimale en maximale diameters van de pannen Brander minimale diameter 180 mm. 180 mm. 120 mm. 80 mm. maximale diameter 260 mm. 260 mm. 220 mm. 160 mm.
Wok Grote Middelgrote Kleine
· Gebruik alleen potten en pannen met een vlakke
bodem.
12
2. Onderhoud
· Voordat u de kookplaat gaat reinigen moet eerst de stroomtoever van de vonkontsteking worden afgesloten.
Voor het reinigen van de emaille delen mag nooit een agressief middel gebruikt worden. Maak een sopje van warm water met een afwasmiddel. Maak zeer regelmatig de branders schoon, verwijder voedselresten, maak de brander- ring en deksel goed droog met een zacht doekje voor ze weer terug te plaatsen. Gebruik voor het verwijderen van lastige vlekken nooit een pannenspons van staalwol, een agressief poetsmiddel, of een pannenspots met een harde laag. Gebruik voor het reinigen van hardnekkig vuil de daarvoor in de handel zijnde schoonmaak middelen zonder schurende werking.
VONKONTSTEKING De vonkontsteking, bestaand uit een elektrode gevat in een keramisch omhulsel, moet vrij worden gehouden van voetselresten en vocht, omdat enders de ontsteking niet functioneert (Fig. 1 - C).
FO 2110
PERIODIEK ONDERHOUD Laat af en toe door een erkend installateur of ELECTROLUX SERVICE controleren of de gasslang en/ of gasaansluiting nog in een goede staat verkeren. Ook is het noodzakelijk om een goede en veilige werking te waarborgen, dat de gasregelkranen regelmatig worden gesmeerd. l Dit mag alleen gebeuren door een erkend installateur of door ELECTROLUX SERVICE.
13
3. Technische kenmerken
Vermogen gasbranders Wokbrander 4,0 kW Sterkbrander (grote) 2,8 kW (G20) - 2,8 kW (G30-31) Normaalbrander (middelgrote) 2,0 kW Kleinbrander (kleine) 1,0 kW Apparat van klasse 3 Categorie II 2E+3+ Voeding gas Aardgas G20/G25 - 20/25 mbar Koppeling gas Voeding elektriciteit G 1/2" 230 V 50 Hz
AFMETINGEN VAN DE INBOUWOPENING - UITSNIJMAAT Breedte Diepte 560 mm. 480 mm.
4. Aanwijzingen voor de installateur
l De hierna volgende instructies zijn bestemd voor de erkende installateurs, om ervoor te zorgen dat installatie en onderhoud optimaal verlopen, volgens de geldende normen. De installatie moet conform de norm NBN D 51.003 "Installaties gevoed met stoolgas lichter dan lucht" worden uitgevoerd. l Ontkoppel het kookplateau van de stroomtoevoer. Ingeval het plateau op de stroomtoevoer aangesloten moet blijven, moeten alle nodige voorzorgsmaatregelen worden getroffen. l De zijwanden van de meubels mogen niet hoger komen dat het werkvlak van het toestel. l Plaats het toestel niet in de buurt van ontvlambare materialen (zoals gordijnen, handdoeken enz.). Bij het gebruiken van flexiebele vaste verbindingen moet men er op letten dat de pijpen niet kunnen worden geplet of dichtgekneppen en niet in aanraking komen met bewegende delen. Let hier ook op wanneer de kookplaat wordt gecombineerd met een oven. Deze kookplateaus kunnen zowel worden gevoed met gas van Slochteren (G25) met een nominale druk van 25 mbar als met aardgas (G20) met een nominale druk van 20 mbar. Om te werken met deze twee soorten gas is geen extra afstelling nodig. Alvorens de installatie uit te voeren moet u nagaan of de gastoevoer volstaat voor de correcte voeding van het plateau. Bij maximum verbruik mag de drukdaling maximum 5% bedragen. Deze drukdaling is afhankelijk van volgende factoren: - maximum debiet van de gasmeter; - diameter en lengte van de leidingen voor en achter de meter; - doorgangsopeningen van de verschillende kranen in het circuit; - diameter van de eventuele tussenstukken. BELANGRIJK - Voor een correcte werking, een zuinig verbruik en een grotere levensduur van het kookplateau moet u ervoor zorgen dat de toevoerdruk overeenstemt met de waarden in de tabel. De verstelbare aansluiting wordt door middel van een 1/ 2" moer vast gezet. Alle componenten zoals weergegeven in de afbeelding (Fig. 2) zijn reeds in de fabriek gemonteerd. Om een optimaal resultaat te garanderen, is het toestel voor vertek uit de fabriek getest. BELANGRIJK - Om de installatie te voltooien, kijk altijd de perfecte dirchtheid van de verbindingsstukken na door een zeepachtige oplossing te gebruiken, nooit een vlaam.
AANSLUITING GAS
Monteer een afsluitkraan die erkend is door de AGB. Starre aansluitingen verdienen de voorkeur. Bij gebruik van een gasslang moet een door de AGB erkende slang met metalen omhulsel worden gebruikt.
A) Uiteinde van de pijp met moer B) Afdichtingsring C) Draaibare elleboog
FO 2365
Fig. 2
14
5. Elektrische aansluiting
Het kookplateau is ontworpen om te werlen bij 230 V eenfasig. De aansluiting moet worden uitgevoerd conform de voorwaarden en normen, voorgeschreven door de geldende wetgeving. Alvorens aan te sluiten moet u nagaan of: 1) de elektrische voeding afgestemd is op het verbruik van het kookplateau (zie het identificatieplaatje); 2) de bestaande elektrische toevoer voorzien is van een aarding conform de geldende voorschriften; 3) de meerpolige stekker of de gebruikte schakelaar gemakkelijk bereikbaar zijn nadat het kookplateau gelnstalleerd is. Bevestig een stekker aan de kabel, aangepast aan de belasting, en sluit aan op een beveiligd contact. Om de stekker met de kabel te verbinden, dienen de aanbevelingen in Fig. 3 te worden gevolgd. Als een directe aansluiting op het stroomnet vereist is, moet een meerpolige stekker worden gebruikt met een minimum afstand tussen de contacten van 3 mm, aangepast aan de belasting en geldende voorschriften. De bruine fasedraad (die aangesloten is op de "L" clip van het plateau) moet altijd worden aangesloten op het fasecontact van het stroomnet. De stroomkabel moet zo geplaatst worden dat hij op geen enkel punt 90°C warmer kan worden dan de omgevingstemperatuur.
Neutraal
VERVANGEN VAN DE STROOMKABEL De verbindinq tussen stroomkabel en klemmenbord is van het "Y"-type: de stroomkabel kan dus alleen worden vervangen met behulp van een speciaal stuk gereedschap waarmee de installateurs uitgerust zijn. Wanneer de stroomkabel moet worden vervangen, mag alleen type H05V2V2-F T90 worden gebruikt, en beide types moeten aangepast zijn aan de belasting en de temperatuur waarbij ze moeten functioneren. Bovendien moet de groen/gele aardingsdraad zo'n 2 cm langer zijn dan de fasedraad en de neutrale draad (Fig. 3). Om de klep van het klemmenbord te openen en toegang te krijgen tot de aansluitklemmen gaat u als volgt te werk: l schuif het uiteinde van een schroevedraaier in de uitsteeksels aan de zichtbare zijkant van het klemmenbord; l druk voorzichtig naar boven (Fig. 4)
FO 0257
Aarde (geel-groen)
FO 0073
Fig. 3
Fig. 4
15
6. Aanpassing aan verschillend gastype
VERVANGING VAN DE GASSPROEIERS · · · Verwijder de roosters. Neem het bovenste gedeelte en de gasontstekers. Met een steeksleutel van 7 schroeft U de gassproeiers los en neemt U ze weg (Fig. 5), om ze te vervangen door diegene die overeenstemmen met het type gas (zie Tabel 2). Hermonteer de delen door dezelfde handelingen te volgen, in tegengestelde zin. Vervang het indentificatieplaatje (geplaatst vlakbij de gastoevoerpijp) door het plaatje dat oveneenstemt met het nieuwe gastype. Dit identificatieplaatje vindt u in de verpakking van het inspuitstuk meegeleverd met het toestel. Fig. 5
FO 0392
· ·
Indien de gasdruk verschillend is (of variabel) van dewelke voorzien, is het noodzakelijk een gepaste drukregelaar te plaatsen op de inlaattube, conform aan de normen. REGELING MINIMUM GASPITTEN
Ontsteek de brander. Breng de toets op de positi ...